|
Thema: geloven tegen de klippen op
Bijbellezingen:
Mattheüs 22, 34-36
1 Thessalonicenzen 2, 13-20
Overdenking
De gemeente van Christus in Thessalonica
De brief van Paulus aan de Thessalonicenzen is zo’n beetje het oudste document in het Nieuwe Testament. Het stamt uit het jaar 50 na Chr., dat is zo’n twintig jaar na de dramatische gebeurtenissen in Jeruzalem, waarbij Jezus aan een kruis vermoord werd en na drie dagen weer werd gezien door zijn leerlingen. Het is ook nog zo’n tien jaar voor de uiteindelijke verwoesting van Jeruzalem in 64 na Chr., waarna de Joden in de zogenaamde ‘diaspora’ terecht kwamen en uitzwermden over de hele wereld. En twintig jaar voordat het oudste evangelie – dat van Marcus – het licht zag. Paulus was al druk in de weer met het oprichten van nieuwe Christelijke gemeentes in Klein Azië en Griekenland. Thessalonica lag in het Noorden van Griekenland, ver weg van Athene en Korinthe. Wel had het een goede zeehaven en lag het aan de belangrijke verbindingsroute over land tussen oost en west. Thessalonica was daarom net als Korinthe een belangrijke handelsplaats geworden, waarin vele culturen, volkeren en godsdiensten elkaar ontmoetten. Zo was de Romeinse keizercultus er belangrijk, werd Dionysis de god van wijn en vruchtbaarheid vereerd, waren er verschillende mysterieuze groeperingen en religieuze bewegingen actief en had ook het Joodse Jahwehgeloof er een plek. De omgeving was de Christelijke gemeente niet echt goedgezind. Zo vijandig waren ze zelfs dat Paulus op een gegeven moment moest vluchten en een goed heenkomen vond in de nabij gelegen stad Berea. Toch bleek het plantje dat Paulus in Thessalonica had gepoot bijzonder levenskrachtig en groeide tegen de verdrukking in uit tot een mooie geloofsgemeenschap met bestaansrecht. Hoe kun je dat verklaren?
Geloven tegen de klippen op
Je ziet het wel vaker op allerlei gebieden, dat iets wat echt waarde heeft tegen de klippen op groeit en juist door de tegenwerking sterker wordt. Het bekende voorbeeld is natuurlijk het plantje dat op z’n weg naar boven een steen tegenkomt, dan om de steen heen groeit, naast de steen z’n koppie boven de grond uitsteekt en uitgroeit tot een enorme boom. Wat in eerste instantie een gigantisch obstakel vormt, de steen, wordt later een mooie decoratie tegen de stam van de boom. Hoe kan dat? Er zat levenskracht in de kiem van die boom en die werd uitgedaagd en sterker door het obstakel dat hij tegen kwam. In de sociale sfeer kom ik het ook tegen. Ik ben al een tijdje betrokken bij het zogenaamde Tientjesproject – ‘we zijn niet arm, we hebben alleen weinig geld’ – dat nu re-integratie trajecten aan het opzetten is voor kansloze mensen in onze samenleving. Vanuit de bureaucratie, die daarvoor budgetten heeft, komt veel scepsis en ook tegenwerking. Veel gehoorde geluiden uit die richting: ‘als je voor een dubbeltje geboren bent wordt je nooit een kwartje’, en ‘eenmaal kansloos altijd kansloos’. Daarom niet getreurd, wij gaan die mensen opnieuw inspireren en dus organiseren wij geen reïntegratie maar re-inspiratie trajecten, waarin de deelnemers opnieuw eigenwaarde gaan ontwikkelen en wel degelijk iets kunnen gaan betekenen. En zo groeit ook dit prachtige project tegen de klippen op. Paulus gooit het nog weer over een andere boeg. Het woord dat hij in Thessalonica heeft gepredikt, zegt hij, is niet een woord van mensen, maar het woord van God zelf, dat als het eenmaal indaalt in de harten van mensen nooit ledig tot Hem terug zal keren, maar echt iets gaat doen. En daarom heeft de gemeente groeikracht, ook en vooral als er tegenwerking is. In Judea, in Tessalonica, Berea, Korinthe, in Rome of waar dan ook maar. Ofwel hoe meer wij onze menselijke doelstellingen loslaten, hoe sterker de liefdevolle Geest van God kan werken en ook gaat werken: er ontstaat een mooie geloofsgemeenschap met recht van bestaan tussen al die anderen religieuze stromingen en bewegingen.
Focussen op de meest eenvoudige essentie
Wat kenmerkt nou deze tegendraadse groeikracht? Voor mij zijn dat twee dingen. In de eerste plaats gaat het om focussen op de meest eenvoudige essentie waar alles omdraait. Bij het plantje is dat vitaliteit en levenskracht. Bij het Tientjesproject om geestdrift en inspiratie. In Thessalonica om het Woord van God. En dan – en dat is denk ik nog belangrijker – gaat het om loslaten van al je eigen beperkte menselijke macht en invloed om ontwikkelingen een kant, jouw kant op te sturen en vertrouwen. Want als de Geest van God gaat werken, dan wordt vertrouwen een belangrijk werkwoord. Vertrouwen, dat – om met Palus te spreken – de Geest van God iets heel moois gaat bouwen en dat Hij daarvoor mensen gaat gebruiken, waar we zelf nooit op waren gekomen. Erop vertrouwen dat het hier om veel meer gaat dan ik in m’n eentje zou kunnen bevatten, bedenken of organiseren. Erop vertrouwen, dat mijn eigen bijdrage genoeg is en in een veel groter geheel zal opgaan, dat van waarde zal blijken te zijn voor heel veel mensen.
Wat is de meest eenvoudige essentie, de kern waarom alles draait in de gemeente van Christus en het Christelijk geloof? Jezus noemt het grote liefdegebod: heb God lief boven alles en de naaste als jezelf. Dat lukt nooit iemand voor de volle honderd procent, ook de grote koning David niet. De Messias wel en die noemt David dan ook zijn Heer, dat wil zeggen zijn meerdere als het gaat om het grote liefdegebod. Maar wat David wel had was zijn geloof dat – hoe onvolmaakt hij ook was – de Allerhoogste Zijn liefde door hem David heen zou laten stromen, zodat het iets zou gaan betekenen in de wereld. Vertrouwen dus dat elk vonkje liefde, dat wij doorgeven door God zal worden gebruikt om iets moois, iets krachtigs te laten groeien in de wereld in en om ons heen. En dat kan een warme geloofsgemeenschap zijn, waar heel veel mensen baat bij zullen hebben, blij van zullen worden, nieuwe zin en betekenis door gaan ervaren in hun leven. Tegen de klippen op, jawel, maar toch!
Innerlijke rust
Wat zijn dan die klippen waartegen ons geloof op moet groeien, wat is de tegenwerking waar we tegenin moeten roeien met alle riemen die ons ter beschikking staan? Ik denk aan de beelden van het bebloede hoofd van een dode tiran, die de hele wereld over zijn gegaan, waar iedereen zich aan heeft vergaapt en blij van werd. Ik denk aan het failliet van Griekenland, bakermat van onze Westerse beschaving, aan de 1,5 miljoen huishoudens in Nederland die geen enkele bron van inkomen meer hebben en wier schuld steeds groter wordt. Ik denk aan al dat water in Thailand, aan al die mensen die verdwaald raken in de warboel van de tijd, al die gewelddadige strijd voor ‘het goede doel’ van anti-rokers tot wereldhervormers. En ik word onrustig van binnen. Hoe zo vertrouwen? De liefde is voor mij synoniem voor innerlijke rust en vrede en die ervaar ik in al die berichten in de media niet. Hoe krijg je in de warboel van de tijd je innerlijke rust en vertrouwen in een betere wereld terug?
Wat mij in zo’n gemoedstoestand altijd heel erg helpt is om een tijdje te mediteren. Rustig ergens zitten en diep ademen. Eerst komt alle onrust die je ervaart ongenadig boven. Maar als je dan rustig en diep blijft doorademen dan kom je op diepere lagen in je bewustzijn. Daar wordt het al wat rustiger en ga je de glimlach van God ervaren. En laatst had ik een ervaring dat ik werd gedragen door het licht van diezelfde God en kon ik gaan vertrouwen, dat Hij ook mij precies op die plekken brengt of houdt waar ik samen met heel veel anderen van waarde kan zijn. Dat was wel een heel bijzondere ervaring. Rust midden in de onrust, geloof tegen de klippen op, vertrouwen in de meest eenvoudige essentie van mijn geloof.
In liefde verbonden
Thessalonica kleine gemeente van Christus in een wervelende, onrustige, zelfs vijandige omgeving. Die vijandigheid ervaren wij hier in Gasselte gelukkig niet, maar de onrust en de onzekerheid komen ook bij ons binnen. Hoe hou je het vol als piepkleine gemeente van Christus in een turbulente tijd? Door te focussen op de meest eenvoudige essentie, waar alles om draait: het grote liefdegebod. Heb God lief boven alles en de naaste als jezelf. En dan gewoon loslaten, erop vertrouwen dat die liefde in en door ons gaat werken tot eer van God en tot heil van ons zelf en de wereld om ons heen. En dan zijn er zo ineens weer drie mensen die we over twee weken kunnen bevestigen als lid van de kerkenraad. Het kerkenwerk gaat gewoon door, omdat we gedragen worden door het licht van God de Vader en Zijn Zoon Jezus Christus en van de Heilige Geest die ons in liefde verbindt. En dat is heel bijzonder. Amen.
Voorbeden
Lieve God, Dank U wel, dat we ons gedragen mogen weten door Uw licht in donkere tijden. En dat voor ons in dat licht het grote liefdegebod oplicht als inspiratie en als opdracht. Help ons in dat hele proces vooral om los te laten en te vertrouwen, want daar is geloof voor nodig waar het ons nogal eens aan ontbreekt. Wij geloven wel Heer, maar kom ons ongeloof te hulp. Maak ons duidelijk tot welke prachtige dingen Uw liefde ons in staat stelt. En houd ons bij de les: laat alles wat we doen in de gemeente van Christus gebeuren tot Uw eer en tot heil van onszelf en de ander.
Wees met een ieder van ons die het moeilijk heeft. Er kunnen zoveel persoonlijke redenen zijn die ons het zicht op U ontnemen, rouw, ziekte, moedeloosheid, gebrek aan vertrouwen, psychische nood, liefdeloosheid in de relatiesfeer en ga zo maar door. Geef dan een luisterend oor, mensen met aandacht die het isolement, het verstrikt raken in je zelf doorbreken. Geef nieuwe moed en innerlijke rust zodat Uw glimlach weer zichtbaar wordt en we weer verder kunnen. Wees zo ook met ons als wij stil worden voor U
Stil gebed
Onze Vader
Ik zou het fijn vinden als je op de gedachten in deze preek of in andere preken wilt reageren. Op de vaste pagina’s Preken vind je overzichten van alle op dit weblog gepubliceerde preken, die je vervolgens elk afzonderlijk kunt aanklikken.
|