Geloof in beweging

februari 14, 2016

Nieuwe website

Filed under: Preken — Jan Vaessen @ 10:22 pm

Vanaf vandaag zijn mijn nieuwe blogposts – preken, artikelen en essays – te vinden op de pagina Blog van mijn nieuwe website.

Advertenties

januari 31, 2016

Een open hart

Filed under: Preken — Jan Vaessen @ 12:00 pm
Thema: Over het overstijgen van de natuurlijke ik-gerichtheid

Bijbellezingen:
Jeremia 1, 4-10
Lucas 4, 14-30

Preek
Voorbij de eigen grenzen
‘Voordat ik je vormde in de moederschoot, had ik je al uitgekozen,’ zegt de Allerhoogste tegen de profeet Jeremia, ‘voordat jij de moederschoot verliet had ik je al aan mij gewijd, je een profeet voor alle volken gemaakt.’ Dat kunt U toch niet menen Here God, ik ben veel te jong om het woord te voeren, absoluut ongeschikt voor zoiets groots. Natuurlijk, zegt de Here God, ben je niet geschikt voor zo’n enorme taak, je gaat per slot van rekening Mijn woorden spreken en dat zijn niet de woorden van mensen. Je zult dus een hoop weerstand op je weg ontmoeten, maar wees niet bang, want Ik ben altijd bij je, zal je bijstaan, redden als het moet. Heb vertrouwen daarin, want met dat oervertrouwen ga jij je eigen grenzen overstijgen en worden jouw woorden één met mijn woorden. Je zult moeten vernietigen en afbreken, maar ook mogen bouwen en planten. Er is een hoop kwaad en ellende onder de mensen, omdat ze zo verschrikkelijk met zich zelf bezig zijn. Die ik-gerichtheid op het eigenbelang ga jij meedogenloos aan de kaak stellen en vervangen door samen weer een bloeiende geloofsgemeenschap te worden. Een levende gemeenschap, die het heil niet van zichzelf verwacht maar van Mij de Eeuwige, Allerhoogste God van hemel en aarde, waardoor het leven voor iedereen goed wordt en ook de weduwe, de wees en de vreemdeling weer grond onder de voeten krijgen, gedragen worden door de aarde, gaan leven met onbeschaamd oervertrouwen.
Zes eeuwen later leest Jezus in de synagoge van Nazareth uit het profetenboek Jesaja. En dan volgt er een opmerkelijke passage waarin de evangelist Lucas vertelt wat er verder gebeurde. ‘Hij rolde de boekrol op, gaf hem terug aan de dienaar en ging weer zitten. De ogen van alle aanwezigen in de synagoge waren op hem gericht. En hij zei tegen hen …’ Apart eigenlijk hè, Jezus staat bij het voorlezen uit de Schriften, maar voor zijn uitleg van de Schrift, zijn eigen preek blijft hij niet staan, maar gaat weer zitten. Een onbenullig detail? Nee, toch niet. Wat dit beeld van een prediker die zijn preek zittend houdt in ieder geval bij mij oproept is iets van gezelligheid, tweerichtingsverkeer, een gesprek van hart tot hart. Jezus houdt zich hier trouwens wel aan een rabbijnse gewoonte. Een rabbijn mocht zich namelijk nooit boven zijn geloofsgemeenschap met zijn lichaamshouding verheffen. Als de gemeente zat bleef hij ook zitten, als zijn gehoor staande stond te luisteren naar wat hij te melden had, dan stond de rabbijn ook. Voor de lezing uit de Heilige Schrift was er natuurlijk een uitzondering, daar stond je bij, want het gaat hier natuurlijk wel om het Woord van God en de Eeuwige staat nu eenmaal ver boven ons allemaal. Het gesprek van hart tot hart daar gaat het om in de ontmoeting van Jezus met zijn stadsgenoten in de synagoge van Nazareth. Daarbij worden vele grenzen overschreden en vooral de grens van de natuurlijke ik-gerichtheid. Het gaat niet om mij lieve mensen, om mijn uitleg, om mij als spreker, om mij als inwoner van Nazareth of om Nazareth, nee het gaat om samen, om ons allemaal in de liefdevolle relatie met de Allerhoogste. Iedereen is daar even belangrijk en niemand kan hier op grond van wat dan ook rechten laten gelden of privileges opeisen.

Oervertrouwen?
Het loopt slecht af daar in Nazareth, Jezus ontkomt ternauwernood aan een lynchpartij, z’n stadsgenoten willen hem het liefst van de berg af gooien, vermoorden. Waarom? omdat ze wel privileges menen te hebben, het eigenbelang voorop stellen en goede sier denken te kunnen maken met deze nieuwe ster aan het rabbijnse firmament. Maar zo werkt het dus niet. Het idee van eigen volk eerst, die natuurlijke ik-gerichtheid moet in het geloof juist overstegen worden. Net als bij Jeremia is de Allerhoogste ook bij Jezus op dit spannende moment. Op het moment dat ze hem in de afgrond willen laten verdwijnen, keert hij zich om, loopt gewoon midden tussen hen door en vertrekt. Ze hebben geen macht over hem! Kennelijk is de kracht van samen, van het gesprek van hart tot hart, van de liefdevolle verbinding met de Eeuwige, met de ander, met de rechtelozen sterker dan de vernietigende kracht van het egocentrische eigenbelang. En dat is een hoopvol teken lijkt me zo, dat ook nu nog van kracht is.
Iemand zei laatst tegen me, oervertrouwen? oervertrouwen … waar heb je het over? Mijn vertrouwen wordt steeds meer, nee eigenlijk alleen nog maar op de proef gesteld. Steeds meer, steeds sterker, het lijkt wel of alle grond onder mijn voeten aan het verdwijnen is. Ik heb er niet meer zoveel vertrouwen in dat het experiment aarde gaat lukken. Nu weer al die verhalen over het zika virus dat door muggen wordt verspreid en vanuit Zuid-Amerika de wereld over zal gaan. Om maar eens wat anders te noemen dan IS, oorlogen, vluchtelingenstromen enzovoort. Tja onze Chiel zit op dit moment ergens in de oerwouden van Uruguay, dus midden in de virushaard en dat baart ons best wel zorgen. En ja de problemen rond de godsdienstoorlogen stapelen zich maar op en worden haast onoplosbaar. Maar ja, dan hoor ik weer van Ds. Carel ter Linden wat beter nieuws. We hadden even contact over de zeven kruiswoorden waar hij hier in Gasselte op de komende Palmzondag samen met een bevriende pianiste uit Den Haag een voorstelling gaat verzorgen. Hij zei Jan, het schijnt dat maar in 2% van alle teksten in de Bijbel God als oorlogsgod verschijnt. In de rest openbaart de Allerhoogste zich als een liefdevol barmhartig God die begaan is met het lot van mensen en daar ook werkelijk wat aan doet. Nu wij nog hè Carel? Eh ja, daar draait het inderdaad allemaal om.
Ik denk, dat als we nu over oervertrouwen spreken, dat het toch anders is dan pak weg een paar decennia geleden. Oervertrouwen is de eerste en diepste bewustzijnslaag die zich in elk mens ontwikkelt. Dat begint al in de baarmoeder en zet zich voort in het eerste levensjaar van het kind. En daarin draait het met name om de vraag: is de wereld veilig, kan ik er op vertrouwen dat ik krijg wat nodig is om te leven? En aangezien we nu eenmaal ons bestaan opbouwen midden in de strijd tussen goed en kwaad is de wereld, het leven nooit voor 100% veilig. En dan is het maar net de vraag wat geeft de doorslag: de angst voor de dood of het vertrouwen in de liefde en het leven. Meestal is dat het vertrouwen, want de liefde van de moeder, het gezin, de gemeenschap, de cultuur, God staan borg voor en voeden het vertrouwen. Maar als heel veel van die geborgenheid wegvalt – zoals dat nu wereldwijd gebeurt – dan kun je je afvragen of we niet met z’n allen ten prooi vallen aan de angst. Dan wordt het wel heel donker in en om ons heen. Wie of wat kan dan het vertrouwen in een liefdevol, zinvol en betekenisvol leven nog voeden?

Het open hart
Volgens mij is er op die vraag maar één antwoord: het open hart. De liefdevolle hartsverbinding is ook een bewustzijnslaag die we allemaal hebben gekregen en ontwikkeld. En juist dat bewustzijn stelt ons in staat om boven onze natuurlijke gerichtheid op eigenbelang en zelfbehoud uit te stijgen en het samen goed te hebben. In de lijn van Jeremia en Jezus: de Allerhoogste houdt van ons allemaal, dus laten wij dan ook van de ander, van elkaar en van onszelf houden, om – gedragen door Zijn liefde – het samen goed te hebben. En samen betekent dan met iedereen die ons pad kruist, ongeacht hoe anders de ander is. De Heer zelf houdt ons daarbij vast, zal redding geven als dat moet en zal ons Zijn woorden en daden laten spreken en doen. Ofwel, open je hart voor de liefde van God en de gemeenschap zal bloeien als nooit tevoren. Amen.

Kyriegebed
Lieve God,
Met alle mensen hier beneden die reikhalzend uitzien naar een kracht uit de hoge, die bezielt en vernieuwt, die uw aarde herschept van een woeste wildernis tot een akker van overvloed vragen wij U: waai met uw adem door heel ons bestaan, kom met uw vurigheid hier in ons midden, bezaai met uw woorden de grond van ons hart opdat in ons leven uw schepping levende werkelijkheid wordt. En zo roepen wij U aan en zingen: Heer ontferm U.
Uit deze wereld, zo vol, overvol van ellende, wereldwijde oorlogsdreiging, terrorisme en doodsangst, zo leeg van U, van wonderen, van geloof vragen wij U: bestook ons met uw woorden, bestorm ons met uw Geest, neem ons in voor uw Rijk en vul ons met uw liefde dat wij een levend teken zijn van uw aanwezigheid die heel de schepping draagt. En zo roepen wij U aan en zingen: Heer ontferm U.
God die van mensen houdt, wij leggen onszelf aan U voor met alles wat we hebben en alles wat we missen, met alles wat lukte en alles waarin we faalden. En wij vragen U: help ons om ons leven opnieuw te bezien in het licht van uw heil, leer ons te onderscheiden wat wezenlijk is en wat niet, maak ons bescheiden en maak ons vrijmoedig, geef ons een hart om van mensen te houden, van anderen zo goed als van onszelf. En zo roepen wij U aan en zingen: Heer ontferm U. Door Jezus Christus, Uw Zoon, onze Heer en in de kracht van Uw Heilige Geest. Amen.

Ik zou het leuk vinden als je op de gedachten in deze preek of in andere preken wilt reageren. Op de vaste pagina’s Preken vind je overzichten van alle op dit weblog gepubliceerde preken, die je vervolgens elk afzonderlijk kunt aanklikken.

november 8, 2015

Oogsten

Filed under: Algemene blogposts,Preken — Jan Vaessen @ 1:16 pm

Thema: ontvangen en geven

Bijbellezingen:
Leviticus 19,1-2 en 9-18
Marcus 12, 28-34

Preek

Dankbaarheid?
Oogstdienst. Een mooie aanleiding om stil te staan bij alles wat we weer in het afgelopen jaar hebben mogen oogsten, voor alles wat we hebben ontvangen als loon naar werken, maar ook voor dat waar we niets voor hebben hoeven doen. En dan blijkt dat er vele redenen zijn om echt dankbaar te zijn. Er is zoveel dat je leven kleur heeft gegeven in het afgelopen jaar. En tegelijkertijd komt er ook van alles in je op dat is mislukt, dat je hebt verloren, tegenslagen, ongeluk dat je heeft getroffen, moeilijkheden, verwarring in je leven die je maar niet te boven komt. Dankbaarheid, jawel een dure – religieuze – plicht misschien, maar voel ik me wel echt zo blij en dankbaar? Hoe kom je dan van een sombere bloedeloze plichtsbetrachting in een echt doorleefd gevoel van blijdschap en tevreden dankbaarheid? Ik denk dat het te maken heeft met hoe we de dingen waarnemen en ook met een soort van grondgevoel over hoe we ons eigen leven interpreteren.

Ontvangen en geven
Het sleutelwoord is hier volgens mij bewustwording van alles wat je ontvangt, vooral dat waar je zelf niets voor hebt hoeven doen. Daar gaat de regelgeving in Leviticus ook over lijkt me. Wanneer je de graanoogst binnenhaalt, oogst dan niet tot de rand van de akker en raap wat blijft liggen niet bijeen. En wanneer je bij de wijnoogst druiven plukt, loop dan niet alles nog eens na en raap niet bijeen wat op de grond is gevallen, maar laat het liggen voor de armen en de vreemdelingen. Ik ben de Heer jullie God. Ofwel wees goed voor de vreemdelingen, de rechtelozen en gewoon voor hem en voor haar met wie je het leven op allerlei manieren deelt. Wees daarbij niet partijdig of haatdragend, maar blijf je bewust van de liefdevolle bedoelingen van de Heer als een soort van dragende grond voor alles wat je doet. Kortom heb je naaste lief als je zelf en God boven alles. Want Ik ben en blijf de Heer jullie God.
Achter dit alles zit allereerst het collectieve besef in de hele Bijbel dat het volk Israël lange tijd een rechteloos slavenvolk was in Egypte en ook in Babel en dat ze steeds weer door de Allerhoogste uit die toestand zijn bevrijd. Ze begrijpen dus heel goed wat het is om arm en rechteloos te zijn en ze worden dan ook steeds weer opgeroepen om mensen te helpen die in een soortgelijke toestand in het hier en nu verkeren. Dat is niet alleen een dure morele plicht, behandel de ander zoals je zelf graag behandeld wilt worden, maar je word er ook gewoon een positief ingesteld en blij mens van door zo in het leven te staan. Het is namelijk van meet af aan de bedoeling dat we het samen goed hebben en niet dat we elkaar de hersens inslaan, afknijpen waar het maar kan, of het leven zuur maken.
Maar er zit ook nog iets anders achter de regelgeving die bestemd was voor het volk van God in de Bijbel. En dat is het besef, dat het leven niet ons eigendom is waar we maar mee kunnen doen wat ons in de kop knalt. Dan reduceer je alles tot je eigen wil en dat gaat een keer fout, goed fout, zoals we op het ogenblik aan alle kanten merken. In alles je eigen zin doordrammen werkt niet. Daar moet verandering in komen. Hoe? Door oog te krijgen voor wat we allemaal gratis voor niks krijgen aangereikt. De grond onder onze voeten, de zuurstof in onze longen, een goed – of misschien wat minder goed – functionerend lichaam, de vitaliteit en groeikracht in de natuur, de werklust in onze geest, de gezins- familie- dorps- of wijkgemeenschap waarin we opgroeien, de scholing waarmee we een zinvol beroep kunnen uitoefenen, de cultuur die ons van alles aanreikt, de geloofsgemeenschap die ons zin en betekenis voor het leven en een liefdevolle verbinding met de geestelijke wereld aanreikt, en zo verder en zo voort. Niemand kan dat allemaal in z’n eentje organiseren, niemand kan daarop alleenrecht laten gelden. We hebben het allemaal gratis voor niks in de schoot geworpen gekregen en daarom past een beetje bescheidenheid en heel veel dankbaarheid ons mensen meer dan heerszucht en zelfgenoegzaamheid. Verantwoordelijkheid ook om dat allemaal op een goede en liefdevolle manier te gebruiken. En vanuit die intentie ga je goed doen voor de ander, voor de minste nog het meest. Met die levenshouding leidt het bewustzijn van wat je allemaal hebt ontvangen tot een soort basisgevoel van overvloed en wordt geven delen, het samen goed hebben.

De gastvrije gemeente
Die levenshouding is zeker niet vanzelfsprekend. Het is ook echt niet gemakkelijk om de dankbaarheid voor alles wat je hebt ontvangen vast te houden als je net je man, je kind of dierbare vriend hebt verloren aan de dood of aan het leven. Om nog maar te zwijgen van de psychische nood en verwarring bij veel mensen die gebukt gaan onder de onoplosbaarheid van al die problemen in de wereld, of aan de onvervulbaarheid van al die legitieme intieme verlangens die mensen in het diepst van hun ziel blijven koesteren en die hen tegelijkertijd bang maken. Zeker er is een enorme strijd gaande op aarde en in de hemelen tussen de donkere en de lichte krachten, tussen haat en vijandschap aan de ene kant en liefdevolle verbinding aan de andere kant. En die strijd kan niemand van ons in z’n eentje beslechten. Maar wat wel in die strijd van levensbelang is, dat we vast houden aan dat oervertrouwen en dankbaar blijven voor alles wat we ontvangen. Van meer dan levensbelang is het, dat we vasthouden aan liefdevolle verbinding met de Allerhoogste – de God der goden, de God van alle melkwegstelsels bij elkaar – en dat we Hem elke morgen weer bedanken voor de nieuwe dag die Hij ons geeft, voor de positieve energie waarmee Hij ons helpt om die dag op een zin- en betekenisvolle manier te vullen. Van universeel belang is het dat er in de chaotische duisternis in en om ons heen er eilandjes van rust, reinheid en regelmaat zijn, waar de Heer Zijn Zegen geeft omdat daar de liefde de scepter zwaait. Iedereen vaart daar wel bij, de minsten nog het meest. Je weet niet half hoe groot het verschil is dat deze eilandjes maken voor onze werkelijkheid als geheel. Denk daar nooit te klein over.
Ik denk dat het de belangrijkste opdracht voor de gemeente van Christus in deze tijd is om zo’n eilandje te zijn. Oervertrouwen, dat de Heer ons vasthoudt in leven en sterven. Angst voor de dood verandert in nieuwsgierigheid naar die nieuwe vorm van bewustzijn voorbij de grenzen van de tijd. Het kwaad weten we overwonnen door kruis en opstanding, Jezus leeft en wij met Hem. De naaste is net zo belangrijk als wij zelf en de minstbedeelden zijn welkom in ons midden. In ieder geval willen we gastvrij zijn voor iedereen die ons pad kruist in woord en daad. Het mooie van de diaconie – ook onze diaconie – is dat zij de daad bij het woord voegt en de randen van de oogstvelden leeg ruimt ten behoeve van hen die dat nodig hebben. Is het niet prachtig wat hier allemaal voor in de kerk ligt. Het tastbare teken dat we ons geloof serieus nemen, een eilandje willen zijn van rust, liefde en echte doorleefde dankbaarheid voor alles wat we gratis voor niks ontvangen, voor de overvloed in ons leven waar we graag iets van afstaan, ja zelfs voor die nieuwe interpretatie van onze eigen leefomstandigheden als overvloed in plaats van schaarste.
En de Schriftgeleerde zei tegen Hem: Inderdaad meester, wat u zegt is waar: Hij alleen is God en er is geen andere God dan Hij en hem liefhebben met heel ons hart en met heel ons inzicht en met heel onze kracht en de naaste liefhebben als ons zelf betekent veel meer dan alle brandoffers en andere offers. En Jezus vond, dat hij verstandig had geantwoord en zei tegen hem: U bent niet ver van het Koninkrijk van God. Amen

Voorbeden
Lieve God,
Wij danken U voor Uw nabijheid als eeuwige inspiratiebron voor ons liefdevol handelen, denken, doen en geloven. Dank dat U ons de energie geeft om niet bij de pakken neer te gaan zitten als het leven moeilijk is, maar altijd weer nieuwe perspectieven geeft op een zin- en betekenisvol leven en ook de kracht om daar handen en voeten aan te geven. Op heel kleine schaal en in het hier en nu, maar o zo belangrijk. Laat ons zien Heer hoe belangrijk het is voor ons zelf en voor de wereld om ons heen om ons geloof serieus te nemen en in de werkelijkheid in woord en daad te laten stralen. En laat wat wij weggeven – voedsel, speelgoed – goed terecht komen en tot zegen zijn voor wie dat nodig heeft..
Wij danken U lieve God voor alles wat we van U hebben mogen ontvangen in het afgelopen jaar om het leven goed te maken. Wees daarom met een ieder van ons voor wie dat leven moeilijk is en niet vanzelfsprekend goed. U kent ons beter Heer dan wij ons zelf kennen. Daarom vragen wij U: wees met ons als wij stil worden voor U. Kom in ons hart en bid voor ons Heer Jezus. En als de woorden niet komen, laat dan de vredige stilte van Uw Heilige Geest de boodschapper zijn van Uw liefdevolle wil voor een ieder van ons. Spreek Heer, Uw gemeente hoort.
Stil gebed
Onze Vader

Ik zou het leuk vinden als je op de gedachten in deze preek of in andere preken wilt reageren. Op de vaste pagina’s Preken vind je overzichten van alle op dit weblog gepubliceerde preken, die je vervolgens elk afzonderlijk kunt aanklikken.

oktober 25, 2015

Ziende blind

Filed under: Algemene blogposts,Preken — Jan Vaessen @ 1:02 pm

Thema: Over de beperktheid van onze waarnerming

Bijbellezingen:
Jesaja 59,9-21
Marcus 10, 46-52

Overdenking
Ziende blind?
Een mens kan ziende blind zijn. Ik vind dat die toestand in het profetenboek Jesaja prachtig wordt beschreven. ‘Het recht blijft ver van ons, de gerechtigheid is voor ons onbereikbaar. We hopen op licht maar het is duister, op een sprankje licht maar we dolen in het donker. We tasten als blinden langs de muur, we tasten rond als iemand die niets kan zien. Op klaarlichte dag struikelen we alsof het schemert, in de kracht van ons leven lijken we dood [ ] … we zijn afvallig van onze God, we zijn belust op bedrog en onderdrukking, zwanger van leugens brengen we onwaarheid voort. Het recht is verdrongen en de gerechtigheid blijft ver van ons, de waarheid struikelt op straat en de oprechtheid krijgt nergens toegang. Zo laat de waarheid verstek gaan en wie het kwaad wil mijden, wordt uitgebuit.’
Aan het woord is Trito-Jesaja zo hij wel wordt genoemd, de derde Jesaja die schrijft als het volk Israël na 70 jaren ballingschap in Babel naar Jeruzalem is teruggekeerd. De wederopbouw gaat moeizaam, het leven daar op de ruïnes van de eens zo machtige en prachtige stad is niet leuk en iedereen gaat in de dagelijkse strijd om te overleven voor het eigen hachje. Het gevolg is bedrog en onderdrukking, leugens en onwaarheid, en als je al eens goed wil zijn voor iemand anders word je direct uitgebuit. We hopen op licht maar tasten in het duister. Op klaarlichte dag struikelen we alsof het schemert, in de kracht van ons leven zijn de knieën slap en lijken we wel dood. Ziende blind dus. Waarom? Omdat men niet verder kijkt dan de neus lang is en dan zie je niet veel meer dan een dichte mist, schemering, kwade bedoelingen, onrecht, struikelende waarheid en uitbuiting. Okay die zijn dan ook echt aan de orde van de dag daar in Jeruzalem zo vlak na de ballingschap, maar als je niet meer ziet dan dat, dan is je blik-veld wel erg beperkt en het leven weinig hoopvol. Zo kruip je steeds verder in je schulpje, kwijn je weg in je eigen ellende en de ellende die om je heen raast. Alle hoop vervliegt, eenzaam in je schulpje, ziende blind.
Blind voor wat? Wat zou je kunnen zien als de schellen van je ogen vallen en je verder kijkt dan de mist, de schemer, de duisternis van leugen en bedrog. In de eerste plaats natuurlijk dat dit niet het leven is dat de Schepper voor zijn volk had bedoeld. En Hij zal dan ook in z’n eentje de toestand herstellen, het kwaad straffen, diepe wonden genezen en de rechtelozen recht verschaffen. En zo krijg je dus ook zicht op een leven vol van genade en gerechtigheid, zicht op het heil van het hele volk, de hele geloofsgemeenschap, waarvoor de Allerhoogste garant staat. Ook al treden we zijn goede bedoelingen met voeten en kijken we niet verder dan onze neus lang is, Hij gaat zijn liefdevolle wil gewoon doorzetten en dat heil gaat de hele gemeenschap ervaren. Dat is het tweede inzicht dat Trito-Jesaja ons aanreikt voorbij de mist, het schemer, de duisternis van leugen en bedrog, onrecht en zelfverrijking. Het gaat hier om het heil van de hele gemeenschap, de hele mens, in liefdevolle verbinding met de God der vaderen, die Zijn verbond met hen nu weer vernieuwt voor alle komende geslachten. Mijn liefdevolle Geest zal niet van jullie wijken. Van nu af tot in eeuwigheid – zo zegt de Heer.

Oervertrouwen en genezing
Het lijkt er dus op, dat we worden opgeroepen om in geloof en met oervertrouwen de beperktheid van onze waarneming op te heffen en verder te kijken dan onze neus lang, door de mist en de duisternis het heil te gaan zien dat we met elkaar mogen delen. Als mens zijn we veel meer dan alleen onze ogen en het inzicht dat zij voeden. Bouwkunde, wiskunde, techniek, allemaal heel belangrijk, maar het is maar een deel van waar we allemaal toe in staat zijn. De oren spelen ook een belangrijke rol. Taal en muziek geven ons de mogelijkheid om echt samen te zijn, te communiceren, dingen te delen, harmonie te ervaren, muziek te maken te zingen enzovoort. Allemaal heel belangrijke activiteiten die de gemeenschapszin bevorderen. Trouwens ons hele lichaam brengt ons nog weer heel andere inzichten. We kunnen tasten, ruiken, proeven, dansen, bewegen, spelen in de ruimte en ga zo maar door. En ook is er nog zoiets als intuïtie waarmee je aanvoelt hoe het tussen mensen is gesteld en toe gaat. Een belangrijk inzicht voor je relaties, vriendschappen en de omgang met je dierbaren. Als je nu alles op één inzicht gooit, bijvoorbeeld de wiskunde en de techniek en daarmee je hele leven kleurt en macht mee uitoefent over anderen – waar we in het westen nogal een handje van hebben – dan is je blikveld wel heel beperkt. Eigenlijk doe je onrecht aan al die andere zintuigen die we ook hebben en die heel andere soorten inzicht voeden, die weer heel belangrijk zijn om je een heel mensen te voelen met innerlijke vrede en dienstbaar aan de liefdevolle gemeenschapszin. Als we dus verder kijken dan beperkte visie van wiskunde en techniek, dan komt de hele mens in beeld en de gemeenschap waarvan hij of zij deel uitmaakt en liefdevol dienstbaar aan is. Zo krijg je weer zicht op het heil dat bedoeld is voor het hele volk en niet alleen maar voor mij alleen.
Een ideaalbeeld, zeker en je kunt je afvragen hoe realistisch dit beeld is en ook echt verwezenlijkt kan worden. Natuurlijk, het kwaad, mist en duisternis, onrecht en uitbuiting hebben diepe wonden geslagen, die het vertrouwen compleet de grond in kunnen boren. Logisch dat je dan in je schulpje kruipt en er niet meer uitkomt. Maar het hoeft niet. De blinde Bartimeüs waarover de evangelist Marcus vertelt doet dat in ieder geval niet. Hij schreeuwt het uit, tot twee keer toe, ‘Zoon van David heb medelijden met mij!’. En Jezus verbindt de genezing van Bartimeüs’ blindheid aan zijn geloof. Je geloof heeft je gered. Geloof in wat? Geloof in te kunnen zien dwars door mist en duisternis, onrecht en uitbuiting heen en heil te verwachten van de Allerhoogste, genade en recht, geloof in onafhankelijk en betekenisvol deel uit te kunnen maken van een bloeiende geloofsgemeenschap, geloof in het verbond van de God der vaderen van nu af aan tot in eeuwigheid. Dat alles leeft tot in de diepste krochten van Bartimeüs’ ziel. Hij was niet ziende blind. Nee, al was hij blind aan zijn ogen, toch was hij bijna helderziend in zijn geloof. En dat geloof heeft hem gered. Dat oervertrouwen heeft hem op de been gehouden en leidt nu tot zijn genezing. Met dat oervertrouwen kon Bartimeüs kijken voorbij zijn eigen beperkingen en zag eerst als in een visioen en daarna ook in werkelijkheid het Koninkrijk van God, het rijk van vrede en gerechtigheid, waar ook hij deel van mocht zijn. Zo werd hij weer een heel mens, diep verbonden met God en de gemeenschap.

De bloeiende geloofsgemeenschap
Geen mens is volmaakt en niemand groeit in perfecte harmonie op. Iedereen loopt wel eens of ergens diepe of minder diepe wonden op, waardoor het zelfvertrouwen een deuk krijgt of het vertrouwen in de mensheid. Het kan nog erger als je je oervertrouwen in de goede afloop der dingen verliest en je daardoor zo in je schulpje kruipt dat je wereld wel heel erg klein en beperkt wordt. Weet dan dat er een God is die zijn liefdevolle wil gewoon doorzet, je weer geloof geeft waarmee je verder kijkt dan je eigen beperkte werkelijkheid en je zicht krijgt op licht en heil, recht en vrede. Met dat geloof, oervertrouwen omarm je, verzorg je je diepe wonden met liefde en komen er sprankjes licht in de duisternis, de mist verdwijnt en de gemeenschap komt weer in beeld. Een bloeiende geloofsgemeenschap met ieder zijn of haar eigen verantwoordelijkheden is een zegen waarover je niet klein genoeg kunt denken. Genade, dankbaarheid, blijdschap en vrede zijn haar deel. Tot eer van de God der goden, en tot heil van iedereen die ons pad kruist.

Voorbeden
Lieve God,
Wij danken U voor Uw Geest waarmee U met ons verbonden blijft en ons draagt, staande en in beweging houdt als het leven moeilijk is. Dank U wel Heer dat het werk in Uw gemeente gewoon doorgaat en dat we Gerda hebben mogen bevestigen in het ambt van ouderling. Zegen haar en een ieder van ons bij al het werk dat we doen in de gemeente van Christus tot eer van U en tot zegen van de ander en van onszelf. Wek in ons de geest van compassie, het echte meeleven in woord én daad met de ander die het om wat voor reden dan ook moeilijk heeft. Laat bij alles wat we doen woord én daad één zijn en vergeef het ons als dat niet altijd lukt.
Wees met een ieder van ons voor wie het leven niet meer leuk is, die gebukt gaan onder zorgen, onverschilligheid, gebrek aan echte aandacht of waardering, degenen die ziek zijn of eenzaam, zij die rouwen, psychisch in de war zijn of verdwaald in de warboel van de tijd. Lieve God geef kracht naar kruis en nieuwe bodem onder de voeten waar dat maar nodig is. Wees daarom ook met ons als wij stil worden voor U. Geef vrede Heer, Uw vrede in ons onrustig hart.

Stil gebed Onze Vader

Ik zou het leuk vinden als je op de gedachten in deze preek of in andere preken wilt reageren. Op de vaste pagina’s Preken vind je overzichten van alle op dit weblog gepubliceerde preken, die je vervolgens elk afzonderlijk kunt aanklikken.

oktober 11, 2015

Verzoening

Filed under: Preken — Jan Vaessen @ 2:00 pm

Thema: naar een nieuw mentaliteit van ‘ontvangen en geven’ in plaats van ‘geven en nemen’

Bijbellezingen:
Deuteronomium 15, 1-11
Marcus 10, 17-31

Overdenking

Wereldwijde verzoening?
Er zijn twee uitspraken die mij de laatste tijd nogal bezig houden. De eerste las ik in een interessant boek over verschillende dimensies in het heelal. Daar werd gezegd: we gaan met z’n allen door een diep dal naar een wereldwijde verzoening. De tijd is er nu rijp voor, dat staat te lezen in de unieke stand van sterren en planeten van dit moment. De tweede uitspraak is die van Jezus, die we in het Evangelie van Marcus hebben gelezen: het is gemakkelijker voor een kameel om door het oog van de naald te komen dan voor een rijke om het Koninkrijk van God binnen te gaan. Bij mensen is dat laatste onmogelijke, maar niet bij God want voor God is alles mogelijk. Het lijkt een onoplosbare paradox, een onverzoenlijke tegenstrijdigheid, en toch biedt Jezus een oplossing. Maar hoe zou dat dan ooit werkelijkheid kunnen worden? Ik bedoel het gaat hier om behoudzucht, niet alleen in de sfeer van geld en materie, maar ook in de sfeer van zekerheid, veiligheid, oervertrouwen, die de verschillende godsdiensten zeker willen stellen en behouden. En dat leidt weer tot heel veel onverzoenlijkheid en al die godsdienstoorlogen. Overal chaos op het moment, eindeloze vluchtelingenstromen, en heel veel leed bij vreemdelingen dat de fatsoenlijke burgerij in Europa tot op het bot verdeelt. Hoezo wereldwijde verzoening? Het lijkt er in de verste verte niet op.

Het sabbatsjaar
In het eerste testament, de Hebreeuwse Bijbel of Oude Testament, wordt regelmatig over het sabbatsjaar gesproken en in het verlengde daarvan het jubeljaar. Elk zevende jaar moeten de akkers braak liggen, rust krijgen en schulden worden kwijtgescholden, zodat de gemeenschap weer met een schone lei kan beginnen. En na zeven sabbatsjaren, in het vijftigste jaar dus, gaat dit hele verhaal nog een stapje verder. Dan moet ook de grond die door de minder bedeelden uit de familie of stam is verspeeld door de welgestelden worden teruggekocht en aan de oorspronkelijke eigenaren worden teruggeven. Hier zit een hele mooie gedachte achter natuurlijk en wel deze: egoïstische behoudzucht brengt helemaal niks, verbindende liefde daarentegen laat de gemeenschap bloeien. En dan gaat het niet alleen om geld, maar nog veel meer om nieuwe perspectieven, nieuwe kansen, nieuwe eigenwaarde, een nieuw zelfbeeld ook dat opgaat in, dienstbaar is aan en zin en betekenis krijgt uit een veel groter geheel dan het eigen individuele ik.
Elk zevende jaar word je hier niet alleen aan herinnerd, maar wordt het ook gewoon werkelijkheid in de harde economische praktijk van het concrete dagelijkse leven. Die wordt door een liefdevolle geest anders ingericht en gevuld met medemenselijkheid en compassie. Schulden worden kwijtgescholden, rechtelozen worden bevrijd uit hun onmacht, harde tegenstellingen vinden verzoening in de liefdevolle verbinding van een bloeiende gemeenschap. Let wel: lichaam en geest zijn hier geen gescheiden werelden maar vormen samen een onlosmakelijke eenheid. Het materiële welzijn kun je niet los zien van de gemeenschap, de natuur en de Schepper die alles heeft gemaakt en in stand houdt. Een beetje bescheidenheid en dankbaarheid voor alles wat je in je leven hebt gekregen om in je levensonderhoud te voorzien is dus op z’n plaats. En ook het besef, dat het niet altijd even goed gaat en je dus kunt begrijpen dat mensen in de problemen kunnen komen en geholpen moeten worden. Deel ruimhartig vanuit je overvloed en de Heer zal je zegenen in alles wat je doet en onderneemt. Want je kunt het alleen maar samen goed hebben. Zo had de Schepper het bedoeld. En dat besef is het volk van God vanaf het begin met de paplepel ingegoten.

Afhankelijk van bezit
Maar waarom is dit hele simpele gegeven zo moeilijk te realiseren? Waarom hangen we zo aan ons bezit, zekerheid, sociale veiligheid, levensstandaard, religie, dat de rechteloze ander, de weduwe, de wees, de vreemdeling er nauwelijks nog een plek in wordt gegund? Natuurlijk de balans is zoek geraakt. Zo’n sociaal bewogen en met compassie gevuld leven is te realiseren binnen een klein en overzichtelijk stamverband, hoewel het daar ook echt niet vanzelfsprekend en gemakkelijk te realiseren is. Maar op het ogenblik wordt de hele wereldbevolking door elkaar gehusseld en is er van enig verband waar je nog op kunt vertrouwen of een beetje zekerheid aan kunt ontlenen geen enkele sprake meer. En dus wordt iedereen volledig op zich zelf teruggeworpen. Ik heb het niet over de meedogenloze zichzelf verrijkende criminelen, die overal hun slag slaan in deze wereld van onrust, angst en verharding. Nee ik heb het over de fatsoenlijke burgerij, die het ook niet meer weet en min of meer wanhopig probeert nog een soort van balans vast te houden tussen geven en nemen in het eigen leven. Maar om deze balans gaat het absoluut niet in de Bijbel, niet in Deuteronomium en ook niet in Marcus, de Bijbelteksten waar we ons vandaag over buigen.
Het oog van de naald, daar krijg je geen kameel door heen. Okay in Jezus’ tijd ging het hier om een klein deurtje in de stadspoort waar je ‘s nachts nog door heen kon als de grote poort gesloten was. De kamelen moesten buiten blijven, want die waren te groot voor dat deurtje. Maar stel je maar eens het oog van een stopnaald voor, daar krijg je nog moeilijker een kameel door heen dan door zo’n klein deurtje. Zo moeilijk is het voor een rijke om van z’n bezit los te komen en helemaal te gaan voor het welzijn van de ander, van het geheel. Het lijkt er op, dat we worden opgeroepen om zonder ophouden veel meer te geven dan we nemen, maar is dat eigenlijk wel zo? Wat bedoelt Jezus toch als hij zegt, dat onmogelijk op te lossen paradoxen toch iets opleveren, omdat voor de Allerhoogste niets onmogelijk is? Dat we misschien wel met z’n allen als door het oog van een stopnaald gaan op weg naar een wereldwijde verzoening, waarin iedereen er mag zijn en we het samen goed hebben.

Van ‘geven en nemen’ naar ‘ontvangen en geven’
We zitten volgens mij wel in een diep ingrijpende overgangsperiode, waar we maar heel moeilijk doorheen komen. In ieder geval worden we allemaal bepaald bij onze beperkte zekerheden of die nu sociaal, economisch, religieus, cultureel of hoe dan ook bepaald zijn. Rechteloze vluchtelingen, vreemdelingen, brengen een heel ander leefpatroon en mensbeeld binnen waardoor dat wat onveranderlijk leek gerelativeerd wordt en er wel degelijk heel veel verandert. Wat mij in ieder geval helpt om mezelf niet te verliezen in zo’n chaotische overgangsperiode waarin alles verandert, is om niet meer te denken in termen van ‘geven en nemen’, maar in termen van ‘ontvangen en geven’.
Eigenlijk zijn zo’n beetje alle menselijke verhoudingen gebonden aan het denken in geven en nemen. Do ut des in het Latijn, ‘ik geef opdat jij geeft’. In de Maffia wereld worden alle bewezen diensten op een gegeven moment ‘betaald’ door opgeëiste wederdiensten. In de Nederlandse tv serie ‘Overspel’ speelt hetzelfde. Willem Steenhouwer zegt tegen de hoer Wendy: als jij mij helpt, dan help ik jou. Hoe? Zie af van je huwelijk met Björn en daar heeft zijn vader vast wel iets voor over – misschien wel een paar ton. De hebzucht wint het van de liefde. Wendy zoekt contact met de vader en eist 1 miljoen Euries. Materie en geest gaan een eigen leven leiden en dan heb je altijd te weinig. Je kunt op je klompen aanvoelen dat het dan fout gaat. Geven wordt nemen en leidt tot machtsposities op grond waarvan eisen gesteld gaan worden, ook als het gaat om het aantal vluchtelingen dat een stad of dorp moet opvangen. De vrucht is machteloze eenzaamheid, en wel voor iedereen in dit spel.
Maar laten we nu eens denken in termen van ontvangen en geven. In de eerste plaats is liefdevol ontvangen veel moeilijker dan geven. Je geeft daarmee de ander namelijk de gelegenheid om goed te doen zonder dat je daarvoor een machtspositie verwerft op grond waarvan je iets kunt opeisen. In de tweede plaats hebben we in ons leven vele vele malen meer ontvangen dan we ooit zelf zouden kunnen produceren of weggeven. De zuurstof in je longen, het bloed in je aderen, de opvoeding van je ouders, de scholing tijdens je opleiding en ga zo maar door. Als je het zo bekijkt, word je bescheiden en dankbaar voor alles wat je hebt gekregen en vanuit die overvloed wil je graag delen wat je maar kunt met de ander. Natuurlijk tegen een eerlijke vergoeding, maar met een totaal andere intentie. De vrucht is diepe verbinding en het samen goed hebben. De basis is het oervertrouwen dat de Schepper ons daarbij zegent en helpt waar het maar kan. Kruipen we op deze manier door het oog van een stopnaald op weg naar wereldwijde verzoening en zelfs wereldvrede? Het zou zo maar kunnen. Want voor de Allerhoogste is niets onmogelijk en waar de Geest van liefde, verwondering en verbinding – die dwars door alle muren en bottlenecks heen gaat – een weg baant, daar volgt de rest van zelf.

Wereldwijde verzoening!
Het denken in termen van ontvangen en geven doet volgens mij iets heel bijzonders. Je denkt namelijk niet meer hoeveel kan ik terugeisen. Dat valt altijd tegen en je leeft je leven in een gevoel van schaarste, gebrek en teleurstelling. Nee je denkt nu: kijk toch eens hoeveel ik heb ontvangen, wat fijn om dat met de ander – wie dan ook – te delen. Wat fijn om te zien dat de ander iets kan met wat ik te bieden heb. Wat fijn om dat samen te beleven en er met elkaar steeds verder in te groeien. Op kleine schaal natuurlijk maar het werkt wel aanstekelijk. Om zo te transformeren, te veranderen naar een leven in overvloed – al is het door het oog van de naald – dat gun ik iedereen. Het wordt in ieder geval veel gemakkelijker en het geeft ook een diepe voldoening om je te verzoenen met je eigen lot en met de ander met wie je onenigheid hebt of die jou iets schuldig is. Het kan want voor de Allerhoogste, de Heer der heren, de God voorbij de goden die alle religies met elkaar verbindt, is niets onmogelijk. Amen

Voorbeden
Lieve God,
Dank U wel, dat U in elk tijdsbestek en onder alle omstandigheden ons een riem onder het hart steekt, dat we altijd terug kunnen vallen op Uw goede bedoelingen en op Uw Geestkracht die ons helpt om die bedoelingen ook echt in ons leven te realiseren. In onze tijd van wereldwijde verwarring, geweld en chaos hebben we dat ook heel hard nodig en we danken U dat we uit de onuitputtelijke bron van Uw liefde mogen blijven drinken. Dank ook voor brood en wijn, die aan deze bron ontspringen om ons te voeden met de meest krachtige energie die er bestaat om onze weg door het leven te gaan.
Wees met een ieder van ons voor wie het leven moeilijk is door ziekte, rouw, pijn, psychische nood en verwarring. Schijn met Uw warme glimlach in ons onrustig hart en geef innerlijke rust waar dat maar mogelijk is. We leggen dit alles in stilte voor U neer. Wees met ons in de stilte en doe ons de meest diepe geborgenheid ervaren, die U alleen ons kunt geven.
Stil gebed
Onze Vader

Ik zou het leuk vinden als je op de gedachten in deze preek of in andere preken wilt reageren. Op de vaste pagina’s Preken vind je overzichten van alle op dit weblog gepubliceerde preken, die je vervolgens elk afzonderlijk kunt aanklikken.

september 27, 2015

Gastvrijheid

Filed under: Preken — Jan Vaessen @ 1:00 pm

Thema: Wij-zij denken of liefdevolle verbinding

Bijbellezingen:
Psalm 19, 8-15
Marcus 9, 38-50

Overdenking
Bestaat er zoiets als de zuiverheid van het Christelijk geloof?
Wie niet tegen ons is, is voor ons. Ik vind dat een nogal stevige uitspraak met een hoge tolerantiegraad. We zijn meer gewend aan de omgekeerde uitspraak: wie niet voor ons is, is tegen ons. Dan heb je gelijk een tegenpartij, die je met alle mogelijke middelen kunt gaan bestrijden. Maar dat is niet Jezus’ manier om naar de dingen te kijken. In zijn blik zit gastvrijheid, welkom, doe mee; vertrouwen ook, want aan de vruchten herkent men de boom, welnu de vruchten zijn goed, de boze geesten wijken, het goede leven krijgt ruim baan, dan moet de boom, de bron van die vruchten ook ook goed zijn. En welk etiketje daar aan hangt is niet zo belangrijk. De Geest van God werkt en geeft mensen het goede leven, daar gaat het om. Jezus is ruimdenkend, alles en iedereen die er niet pertinent tegen is mag er bij horen, meedoen, participeren. En ben je het er niet mee eens dan ga je gewoon je eigen weg, dat is ook goed, het is je gegund.
Jezus’ benadering is verre van vanzelfsprekend en lijkt helemaal niet op de manier waarop religies en godsdiensten normaliter opereren, zeker niet als ze met elkaar worden geconfronteerd. Dan gaat het al heel snel om het eigen gelijk, ben je het niet met ons eens dan ben je tegen ons en is er strijd, godsdienstoorlogen op grote schaal, richtingenstrijd binnen de kerken op kleine schaal. In Jezus werkt dus een heel andere geest. Iedereen mag meedoen, maar haal je op die manier niet heel snel van alles en nog wat binnen, misschien wel denkbeelden die lijnrecht tegen onze gelovige overtuigingen ingaan? Hoe hou je dan je geloof nog zuiver van allerlei duistere en kwade invloeden? Wat zijn de maatstaven waaraan gelovigen moeten voldoen of zijn die er helemaal niet? De vraagt dringt zich op waarop Jezus zijn benadering van God, de mens en de wereld eigenlijk baseert en of wij daar nu in onze tijd van godsdienstoorlogen en allerlei soorten richtingenstrijd ook nog wat mee kunnen.

Wij-zij denken
Wij hebben sinds een paar jaar kippen. Eerst hebben we ons ontfermd over de kippen waar mensen zat van waren en maar in het hertenkamp hadden gedumpt. Dat laatste gebeurt gelukkig niet zoveel meer de laatste tijd. Kippen vinden we – hoewel ze een hoop troep maken – op zich wel gezellig en zo kwamen we op het spoor van een heel idealistische organisatie met de naam Red een kip. Zij vangen kippen op die jaren in een legbatterij hebben gezeten en als ze een eitje minder gaan leggen naar de slacht zouden worden afgevoerd. En zo loopt er bij ons in de tuin al een paar jaar een koppeltje afgedankte legbatterij kippen rond met een afgedankte haan uit het hertenkamp. ’s Nachts zitten ze in een veilig hok, overdag scharrelen ze gezellig rond en leggen alle vier een ei in het nachthok. Helemaal goed dus. In het hele verhaal van Red een kip gaat het meer om bewustwording van hoe wij eigenlijk met de natuur en met dieren omgaan dan om op korte termijn de hele massa bio-industrie compleet te veranderen. Maar dat laatste moet ergens beginnen – in het bewustzijn van de consument dus – en daar doen we graag aan mee.
Maar goed waarom vertel ik dit hele verhaal? Nou laatst was onze haan helemaal opgewonden. Er liep een vreemde kip rond. Eerst dacht ik dat het om een rivaal ging een concurrent haan, maar nee het was echt een kip – ook weer door iemand gedumpt – die op zoek was naar een nieuw huis. Een zwerf kip zogezeid van een heel ander soort dan onze legbatterijkippen. Onze haan ontfermde zich over haar, maar zijn overige kippen waren het daar absoluut niet mee eens. De vier dames deden alle moeite om de nieuweling uit te stoten, maar de nieuweling gesterkt door haar nieuwe vriendje liet het daar niet bij zitten. Oorlog in het kippenhok, alle kippen van de leg, en de weinige eieren die nog kwamen werden ineens neergelegd op de meest onlogische plekken in de tuin. Kortom de sociale rust was compleet verstoord. Wij hebben hier de oudste rechten en tolereren inmenging van buiten niet. Zij moet het veld ruimen. Zo gaat het in de natuur. Of je nou een afgedankte legbatterij kip bent – en je dus misschien enige dankbaarheid zou moeten tonen – of niet, dat maakt niet uit. Wij en zij horen bij gescheiden werelden en die verdedigen we met hand en tand, te vuur en te zwaard, zodat de indringers, zij uiteindelijk het veld ruimen. Het is een mechanisme dat in de natuur zit ingebakken en dat niet zomaar even kan worden veranderd of overwonnen.

De Torah als maatstaf
En toch is dat precies wat in de Torah – de wetten en leefregels van de Allerhoogste God van hemel en aarde – wordt geprobeerd. Kijk maar eens naar Psalm 19. ‘Laat hoogmoed niet over mij heersen’, vraagt de psalmist aan de Here God, ‘dan zal ik volmaakt zijn en bevrijd van grote zonde.’ Ofwel bevrijd mij van de gedachte, van dat oergevoel, dat ik beter, meer, wijzer ben dan de ander en dus meer rechten heb, waardoor de ander het veld moet ruimen. En, zo staat er ook: ‘Wie kan al zijn fouten kennen? Spreek mij vrij van verborgen zonden.’ Ik ben ook maar een mens en ik zal ook wel diep verborgen dat soort verdrongen gedachten hebben die ik niet in mijn bewustzijn toelaat. Dat is niet zomaar even opgelost en overwonnen. Niet in een kippenhok, niet in de maatschappij, niet in de religie. Wij mensen zijn namelijk niet alleen maar geest, maar ook lichaam, zijn en blijven ook deel van de natuur hoe je ook wendt of keert. Alleen wij weten lieve God, dat U zich het lot aantrekt van die eenling, die uitgestotene wiens rechten met voeten worden getreden, de weduwe, de wees en de vreemdeling. Ooit waren wij dat – in Egypte en in Babel – en U hebt ons daaruit gered. En we weten ook dat als we naar Uw liefdevolle willen leven wij precies hetzelfde moeten doen voor hen die in nood zijn, worden uitgestoten, op de vlucht slaan. Bevrijd me daarom Heer van die verborgen hoogmoed, til me uit boven mijn natuur en laat me leven volgens Uw liefdevolle wil. Dan wordt het leven goed, omdat de hemel mij begroet.
Kijk maar wat het allemaal oplevert: levenskracht voor de mens, wijsheid voor de eenvoudige, vreugde voor het hart, licht voor de ogen, zuiverheid van het gemoed, rechtvaardigheid in de gemeenschap. Waardevoller dan goud, zoeter dan honing zijn de leefregels van God, de liefdevolle wil van onze Heer. Want niemand wordt uitgesloten. Iedereen die dat wil mag erbij horen, mee doen, participeren. Dat is uiteindelijk de maatstaf voor wie graag wil leven naar de wil en vanuit de levenskracht van de Allerhoogste. Ik denk dat Jezus daar precies bij aansluit met zijn uitspraak ‘wie niet tegen ons is, is voor ons’. En daarmee worden we aangespoord om de strijd te staken en het goede leven te bereiden voor iedereen die dat wil, de minsten het allermeest. Daar word je zelf namelijk ook blij en gelukkig van.

De gastvrije gemeente van Christus
Wat ik zo mooi vind, is dat we hier in Gasselte ook op deze manier kerk proberen te zijn. Nooit helemaal volmaakt natuurlijk, maar het is wel onze diepste drijfveer om gemeente van Christus te zijn voor iedereen die maar wil. Wie niet tegen ons is, is voor ons. Het komt sporadisch voor dat een bloemetje of meeleven echt geweigerd wordt. Nou ja dat is dan ook prima. Maar als het er op aankomt sympathiseert het hele dorp met onze kerk en dat geeft een breed draagvlak. Wat is er mooier dan dat! Uiteindelijk is er maar heel weinig zout nodig om een gerecht smakelijk te maken. En als dat gebeurt wordt het hele gerecht er beter van. Zorg er dan voor zegt Jezus dat jullie het zout in jezelf niet verliezen. Hoe? Door de vrede te bewaren onder elkaar.
Nog even terug naar de kippen. De nieuwelinge is nog steeds niet echt geaccepteerd, maar zij wordt nu wel getolereerd in het nachthok. En er wordt daar ook weer – sporadisch maar toch –af en toe een ei gelegd. Ofwel: wat ik maar wil zeggen, de wonderen zijn nog lang de wereld nog niet uit. Amen.

Voorbeden
Lieve God,
Dank U wel, dat U door Jezus Uw Zoon ons mensen de mogelijkheid hebt gegeven van een persoonlijke relatie met U, de mogelijkheid van radicale vrede en dat U met Uw Heilige Geest Uw gemeente wilt inspireren tot radicale gastvrijheid. Dat we in ons hart voor ons eigen belang gaan is duidelijk, maar we danken U voor het wonder, dat alleen U kunt bewerkstelligen, waarin we elkaar gaan accepteren en liefhebben.
We bidden om vrede tussen buren en vrede in ons eigen hart. Wij schijnen dat zelf niet te kunnen bewerkstelligen en daarom vragen we U om hulp. Lieve God laat ons geloof een werkzame kracht worden in ons eigen leven, een kracht die verder reikt dan wat we zien en horen, een kracht die verder gaat dan onze eigen regeltjes en gesloten systemen. Help ons om voorbij onze eigen zekerheden en uiterlijke schijn mensen recht in de ogen en in het hart te kijken en ons vertrouwen daarbij op U te stellen.
Geef vrede Heer in ons onrustig hart dat zo wordt verward in tijden van oorlog, geweld en eindeloze vluchtelingenstromen, van psychische nood, verwarring en moedeloosheid. U kent ons beter dan wij onszelf kennen en U weet wat wij allemaal in de diepste krochten van onze ziel verborgen proberen te houden. Wees daarom met ons als we stil worden voor U en voor U neerleggen wat ons ten diepste bezig houdt en dat niemand anders voor ons kan verwoorden. Kom in ons hart, bid voor ons, heel diepe wonden en spreek Heer, spreek tot ons in de stilte van ons hart, want Uw gemeente hoort.
Stil gebed
Onze Vader

Ik zou het leuk vinden als je op de gedachten in deze preek of in andere preken wilt reageren. Op de vaste pagina’s Preken vind je overzichten van alle op dit weblog gepubliceerde preken, die je vervolgens elk afzonderlijk kunt aanklikken.

juni 28, 2015

De energiebalans

Filed under: Algemene blogposts,Preken — Jan Vaessen @ 11:56 am

Thema: over evenwicht in de energiebalans

Bijbellezingen:
2 Korinthiërs 8, 9-15
Marcus 5, 22-43

Preek
Een evenwichtige energiebalans?
Er is in onze tijd een hoop te doen over energie. En dan gaat het niet alleen over de vraag of we gas moeten laten komen uit Rusland omdat de aarde beeft in Groningen, of over de vraag of die windmolenparken wel zo’n zegen zijn of dat we andere soorten alternatieve energie verder moeten ontwikkelen en welke dat dan moeten zijn. Nee, er is ook veel belangstelling voor persoonlijk energie, lichamelijk, psychologisch, geestelijk. En dat gaat dan weer van energiedrankjes voor jongeren, pillen om ouderen vitaal te houden en ook allerlei aanbevelingen om je energiebalans in evenwicht te houden. Yoga, meditatie, chakrapsychologie, allerlei ontspanningsoefeningen moeten de stress verdrijven zodat je weer lekker rustig van binnen kunt worden om ‘het volle leven met open armen te kunnen begroeten en ook echt te leven’. Maar hoe hou je zo’n evenwicht vast in een stressvolle, lawaaierige turbulente wereld?
Nou, elke dag twee keer een uur mediteren las ik laatst ergens. Probeer het maar eens een uur lang je leeg te maken, nergens aan te denken, de stilte in haar volheid te ervaren. Het is helemaal niet zo gemakkelijk om de volkomen ontspanning te bereiken. Maar goed met een beetje instructie, goede ademhaling en gedachten laten komen en gaan zonder dat je ze vast houdt, kom je een heel eind. En dan kom je de yogaruimte weer uit en stap je – zeker in een grote stad – het jachtige leven weer in; het leven van grijpen en graaien, van de oude economie met haar maximale – winst – in geld – ideaal, van de samenleving waar alles om de buitenkant draait, de schone schijn waarin de innerlijke rust ver te zoeken is. Hoe houd je daar de ervaren rust vast, het evenwicht in je energiebalans, contact met je innerlijke kern die je deelt met anderen zonder, dat je wordt leeggezogen. Ik vind dat ondanks alle enthousiaste kreten in al die zelfhulp boeken en verhalen nog steeds razend moeilijk. Kunnen onze Bijbellezingen van deze zondag ons op dat vlak misschien wat verder helpen? Ik denk het wel.

De collecte in Korinthe
Evenwicht en een evenwichtige gemoedstoestand is best wel vaak een punt in de Bijbel. In ieder geval wordt het als positief en nastrevenswaardig voorgesteld, niet alleen op het persoonlijke vlak, maar ook op dat van de gemeente en zelfs bovenlokaal, de wereldwijde gemeente van Christus. Paulus noemt het woord evenwicht zelfs twee keer in zijn brief aan de Korinthiërs als het gaat om de collecte voor de noodlijdende broeders en zusters in Jeruzalem. Het gaat hier niet alleen om geld en een evenwichtige begroting, hoewel het hier daarmee wel wordt uitgedrukt. Nee, het gaat om meer. Paulus en Petrus hadden ooit een nogal hooglopend conflict gehad over het winnen van de niet-Joodse volkeren voor het Evangelie van Jezus. In de gemeente van Jeruzalem, waar Petrus actief was, vond men dat de heidenen, de niet-Joden eerst Joods moesten worden en aan alle wetten en gebruiken moesten gaan voldoen, voordat ze gedoopt en Christen konden worden. Paulus vond dat niet nodig. De blijde boodschap van leven midden in de dood was bestemd voor iedereen, zonder voorwaarden vooraf. Dit conflict liep vrij hoog op maar werd in liefde opgelost. Paulus zou voortaan de buitengebieden, de niet Joodse volkeren bewerken en Petrus zou zich in eerste instantie meer richten op de gemeente in Jeruzalem.
Toch bleef dit theologische geschilpunt wel een hele tijd doorwerken. Maar ondanks de verschillen bleef de gemeente van Christus bovenlokaal, wereldwijd met elkaar verbonden. Waar één lijdt lijden allen, en we moeten juist dan streven naar evenwicht. De welvarende gemeenten moeten meeleven met de noodlijdende gemeenten, niet alleen met woorden en gebed, maar ook daadwerkelijk met materiële hulp en geld. En dat gebeurde ook echt. Er werd een collecte georganiseerd voor de noodlijdende gemeente van Christus in Jeruzalem, die heel veel geld heeft opgeleverd. Maar ook bij het offeren is Paulus heel zorgvuldig in zijn streven naar evenwicht. Dezelfde betrokkenheid bij elkaar die bovenlokaal en wereldwijd de geest van de gemeente van Christus kenmerkt moet ook leven op plaatselijk niveau. Geef wat je kunt, niet meer maar ook niet minder. Het is niet de bedoeling om leningen te gaan afsluiten om te geven, je moet in je vrijgevigheid niet zelf in de problemen komen. Nee, er moet evenwicht zijn. Niet te veel, niet te weinig hebben en wat we hebben met elkaar delen, dat is de liefdevolle wil van de Allerhoogste die Jezus ons in het hart legt. Ik vind dat al een hele mooie rustige en evenwichtige manier om om te gaan met geld, materie en bezit.

Jezus en de bloed vloeiende vrouw
In het verhaal over Jezus en de bloed vloeiende vrouw gaat het ook om de energiebalans, hoewel daar wel sprake is van een ander soort energie, namelijk helende, genezende levensenergie. Prachtig hoe Marcus de twee verhalen over het dochtertje van Jaïrus dat ernstig ziek is en over deze vrouw in elkaar weeft. Eigenlijk is ze – de volwassen vrouw die lijdt – een enorme stoorzender op de weg die Jezus gaat naar Jaïrus. Zij neemt stiekempjes tijd en energie van Jezus door zijn kleed aan te raken, tijd en energie die nodig is voor het meisje dat op sterven ligt. Door dit oponthoud komt Jezus te laat. Laat maar Jezus, komen de mensen zeggen, het meisje is al gestorven. Maar daar is Jezus nu even niet mee bezig. Er is iets gebeurd wat alle aandacht vraagt en ook krijgt.
Wie heeft mij aangeraakt? Domme vraag Jezus, de massa dromt om je heen, iedereen raakt je toch aan. Nee, iemand heeft het evenwicht in mijn energiebalans verstoord en dat is een ernstige zaak. Ik voel dat er helende levensenergie uit mij is gezogen. Iemand heeft met die intentie mijn kleed aangeraakt. Stiekem, want in al dat gedrang kun je dat gemakkelijk doen, het en valt het toch niet op. Maar dat is stelen, dat mag gewoon niet. Wie heeft dat gedaan? En de vrouw maakte zich bekend en vertelde alles wat haar was overkomen. Dat ze al twaalf jaar aan haar ziekte leed en niemand haar met dure behandelingen had kunnen helpen en dat ze nu voelde dat ze voorgoed was genezen. En wat Jezus dan doet is zo mooi! Hij veegt haar niet de mantel uit, nee hij zegt tegen haar: je geloof heeft je gered, ga in vrede en wees genezen van je kwaal. De energiebalans is hersteld.
Wat Jezus niet toestaat is dat hij wordt leeggezogen. Zo werkt dat niet met de liefde van God die alle levensenergie, heling en genezing schenkt. Die liefde geef je van hart tot hart en die kun je niet stiekempjes afpakken. Zelfs dan zet de genezing wel in, maar Jezus kan pas nieuwe levensenergie van de Eeuwige ontvangen om de weg gestroomde genezende kracht aan te vullen als hij het ook daadwerkelijk aan iemand mag geven. En als de vrouw zich aan hem bekend maakt, dan pas kan het gebeuren, zijn ze van hart tot hart met elkaar verbonden, is de vrouw voorgoed genezen, wordt de uit Jezus weg gestroomde energie weer aangevuld en is zijn energiebalans hersteld. En zo kan hij met een gerust gemoed zijn weg vervolgen naar het huis van Jaïrus, waar hij aan een jong meisje de levenskracht van de Eeuwige moet gaan geven.

Een evenwichtige energiebalans!
Evenwicht is dus belangrijk, zeker evenwicht in je energiebalans. Maar hoe bereik je dat dan, waar moet je op letten? Het allerbelangrijkste lijkt mij om de dingen die je doet met liefde, aandacht, hart en ziel te doen. Daar word je namelijk blij van, omdat het mooi wordt, goed en een ander er ook nog wat aan heeft. Dat geeft energie. Zo kun je na een dag hard werken doodmoe zijn en toch boordevol energie zitten, omdat het fijn en zinvol was wat je hebt gedaan. Op die manier voorkom je ook al voor een groot deel dat je wordt leeggezogen. Daar word je namelijk niet blij van, maar futloos, depressief zelfs. Het is dus zaak om bij alles wat je doet je zelf af te vragen wordt ik hier blij van of niet, kost me dit energie of krijg ik er zelfs energie van. Als je er blij van wordt en energie van krijgt, dan wordt je niet leeggezogen, maar geef je je beste zelf aan wat je doet. Daar word je zelf beter van en de ander ook, ben je met elkaar verbonden van hart tot hart in de kracht van de liefde.
En daar waar de liefde woont, woont ook de Heer om al je levenskracht en helende energie die je hebt weg gegeven weer aan te vullen. Zo krijg je ook ontspanning, omdat je je aandacht richt op wat jij te doen hebt en je dus niet de hele wereld op je nek hoeft te nemen, je niet door alles op laat jagen en je niet jezelf in een hoop stress verliest. Yoga, meditatie, ademhalings-oefeningen, prima, niks mis mee, zeker als er een zekere regelmaat in zit. Rust midden in de onrust, elke keer weer aangevulde levenskracht vanuit de onuitputtelijke bron van de liefde van God. Zo komen we in een evenwichtige energiebalans, waarin een liefdevolle verbindende hartsenergie vrijelijk kan gaan stromen, gaan we leven vanuit de overvloed. Zo wordt het leven goed, omdat de hemel mij begroet.

Voorbeden
Lieve God,
Dank U wel dat U voor ons een onuitputtelijke bron van levensenergie bent, de God die ogenblikkelijk de energie die wij weggeven en delen met anderen weer aanvult en dat we zo als evenwichtige mensen door het leven mogen gaan. Dat we zo midden in de stress, onrust en wereldwijde turbulentie met innerlijke rust uw liefdevolle wil mogen blijven uitstralen in woord en daad. Dat we als Uw gemeente hier in Gasselte en ook bovenlokaal, zelfs wereldwijd Uw liefde mogen laten stromen naar de wereld toe en weer terug mogen laten komen, zodat onze energiebalans in evenwicht blijft. En Heer als we al eens leeg gezogen worden, help ons dan om op een begrip- en liefdevolle manier het gesprek aan te gaan. Laat zo de liefdevolle verbinding met mensen dichtbij en ver weg de duurzame basis worden van Uw gemeente hier in Gasselte en wereldwijd.
Sta een ieder bij die het moeilijk heeft. We leggen alles wat ons bezig houdt, vreugde en verdriet, blijdschap en pijn, rouw en trouw voor U in stilte neer. Wees met ons in de stilte en met iedereen die wij daarin opdragen aan Uw eeuwige trouw en barmhartigheid. Spreek Heer in de stilte van ons hart, want Uw gemeente hoort.
Stil gebed
Onze Vader

Ik zou het leuk vinden als je op de gedachten in deze preek of in andere preken wilt reageren. Op de vaste pagina’s Preken vind je overzichten van alle op dit weblog gepubliceerde preken, die je vervolgens elk afzonderlijk kunt aanklikken.

juni 14, 2015

Dopen

Filed under: Algemene blogposts,Preken — Jan Vaessen @ 1:08 pm

Thema: over levenskracht, veerkracht en groeikracht

Bijbellezingen:
Ezechiël 17, 22-24
Marcus 4, 26-32

Preek
Veerkracht
Ooit vertelde een collega predikant mij eens een prachtig verhaal over een periode in zijn leven dat hij er helemaal doorzat. Hij kon voor z’n gevoel geen kant meer op, was down en depressief en zag het allemaal echt niet meer zitten. Gelukkig had hij een goede kerkenraad, die het begreep en waarvan ook één iemand zijn persoonlijke vertrouwenspersoon was. Op een mooie zomerdag nam ze hem mee naar buiten. ‘Zie je daar die hele hoge berk staan?’ Ja die zag hij. ‘En zie je ook daar helemaal bovenin dat lintje hangen?’ Ja dat zag hij ook. ‘Hoe zou dat lintje daar gekomen zijn?’ vroeg ze vervolgens. Tja je kunt nog zoveel gestudeerd hebben, maar hierop had hij geen antwoord. Het was te hoog voor een ladder, en helemaal bovenin waren de takken twijgjes. Als je al zo’n hoge ladder had dan zou die daar bovenin geen enkel houvast hebben. Een vogel misschien of de wind? Dat kon ook niet want hij zag duidelijk dat het lintje was vastgeknoopt aan een takje, mensenwerk dus. ‘Vertel het me maar’, zei mijn collega, ‘ik kom er niet uit.’ ‘Nou weet je nog dat we zo’n strenge winter hadden en dat op een gegeven moment zich zoveel ijzel op de bomen had vastgezet dat ze helemaal ombogen. Deze berk had zoveel ijzel verzameld en was zo buigzaam, dat het topje van de boom op de grond lag. Ik heb toen dat lintje er in gehangen en met een stevige knoop vastgemaakt. De ijzel verdween, de lente kwam en het werd warmer. De berk heeft zich opgericht en staat daar nu weer te stralen als nooit te voren. Maar wel met een lintje, zichtbaar teken van z’n buigzaamheid, veerkracht, en vitaliteit. En waar komt die enorme levenskracht vandaan? Hoe vaak heb jij ons niet verteld, dat de Heer ons alles geeft wat we nodig hebben! Nou misschien moest je daar zelf nu ook maar eens op vertrouwen!’
Dit verhaal kwam direct bij me op toen ik in Ezechiël het verhaal las over het tere twijgje dat God plukte uit de kruin van een machtige cederboom en die op een bergtop plantte, waar het voor iedereen zichtbaar uitgroeide tot een prachtige boom met veel vruchten en een thuis voor vele soorten vogels. Van mij komt de levenskracht zegt God. Ik koester het tere, het zwakke. En zij die gebukt gaan onder zware lasten geef ik veerkracht, zodat ze niet gebroken worden, en levenskracht, waarmee ze weer recht overeind komen en voor iedereen zichtbaar voor velen tot grote zegen zullen zijn. De Heer geeft alles wat we nodig hebben om samen een goed leven te leven. Niet alleen op de toppen van levensvreugd, maar ook als we aan de grond zitten en het leven moeilijk is.

Het mosterdzaadje
‘Waarmee zullen we het Koninkrijk van God eens vergelijken?’, vraagt Jezus. En direct komt het beeld van Ezechiël bij hem op. Wel met een kleine variatie, Jezus kijkt nog een stukje dieper, verder dan Ezechiël. Natuurlijk gaat het hier ook om veerkracht en vitaliteit, een thuis voor vele verschillende soorten vogels en vruchten waar we allemaal wat aan hebben. En daar wordt aan toegevoegd dat het mosterdzaadje het kleinste zaadje is van alle zaden, maar wel uitgroeit tot een enorme boom. De Heer geeft alles wat we nodig hebben om samen een goed leven in vreugde en dankbaarheid te leven. Zelfs aan de kleinste onder ons, de minst betekenende geeft Hij levenskracht, groeikracht in en als het moet buiten mama’s buik.
Als iets hiervan op iemand van toepassing is, dan is het wel op de tweeling die we vandaag gaan dopen. Te vroeg geboren en het is lange tijd spannend geweest of ze het allebei wel zouden halen. Maar ze hebben het gehaald en nu is het zo’n beetje Hollands welvaren dat daar zo saampjes in de boks ligt. Een plaatje om te zien, en met z’n tweetjes geven ze alle reden tot diepe dankbaarheid. Zij hebben in ieder geval tot nu toe alles gekregen om te leven, te groeien, en zo heel veel blijdschap te brengen aan heel veel mensen. En met de doop leggen we hun verdere leven in Gods hand en gaan we erop vertrouwen dat ze zullen uitgroeien tot twee mooie mensen die voor velen gewoon een zegen zullen zijn en blijven. Als het meezit in het leven en ook als het tegenzit. Is het niet bijzonder!

Het Koninkrijk van God
Het Koninkrijk van God begint dus heel klein, als een mosterdzaadje en groeit uit tot iets groots, iets heel moois. En dat allemaal omdat de Heer voor alles zorgt dat voor die groei nodig is. Dat mogen we als kleine geloofsgemeenschap in Gasselte ook ervaren. Wat er ook gebeurt, we blijven geworteld in de dragende bodem die de Heer aan ons heeft gegeven en we blijven geborgen in Zijn warme hand. Wat een feest dat we nu weer twee babytjes mogen dopen, dat we met z’n allen mogen beseffen en ervaren dat het geloof werkt en wordt doorgegeven aan de volgende generatie.
Is het niet wat al te simpel voorgesteld op deze manier? Wat doen we met de wereldwijde onrust, oorlogen en oorlogsdreigingen, al die bootvluchtelingen, op de klippen gelopen relaties, de eenzaamheid en verwarring die veel mensen teistert op het moment. Je kunt daar danig van in de war raken of depressief van worden en je zelfs schuldig gaan voelen dat wij het zo goed hebben. Maar dat is niet in de lijn van het evangelie, zoals die vanmorgen uit de Bijbellezingen naar voren komt. Het tere twijgje, het piepkleine mosterdzaadje. Ofwel, hou het in eerste instantie klein en bij je zelf en doe daar wat kan en nodig is. Maar wat nog veel belangrijker is, doe het in het vertrouwen dat wij het niet zelf allemaal moeten doen en organiseren. De veerkracht, de levenskracht krijgen we sowieso al aangereikt van Boven. En als we leven zoals de Heer dat wil, dat wil zeggen de dingen doen met aandacht en liefde, dan kan het niet anders dat er een draagvlak komt voor alles wat we doen, en gaan we de dingen samen doen. En dan gaat er natuurlijk ook van alles mis, maar dat is niet erg. Er is steeds weer vergeving die een nieuw begin mogelijk maakt.
En dan weer verder op de weg die de Hee~r ons wijst. Zo word je als gezin en als geloofsgemeenschap vanzelf een beeld van het Koninkrijk van God. Een reusachtige boom die een thuis biedt aan velerlei soorten vogels, vol met voedzame vruchten waar iedereen zo maar van kan genieten. Geen heilig moeten maar leven vanuit de liefdevolle ontspanning waarin iedereen tot rust en tot zijn of haar recht komt. Dat lijkt me een mooi toekomstbeeld, dat we krijgen aangereikt vanuit de Bijbel. Ik zou zeggen doe er wat mee. En weet dan, blijf tegen jezelf zeggen wat er ook gebeurt: De Heer geeft ons alles wat we nodig hebben om die toekomst werkelijkheid te laten worden. Amen.

Doopvragen
Doopouders,
Vertrouwen jullie je kinderen toe aan God
in goede en in kwade dagen
in voorspoed en in tegenspoed?

Willen jullie samen leven voor je kinderen,
hen behoeden en leiden
en zijn jullie bereid om te aanvaarden,
dat zij eenmaal het ouderlijk huis zullen verlaten
en de wereld zullen ingaan?

Beloven jullie het evangelie van Jezus Christus
aan je kinderen door te geven, hen te laten
opgroeien in Zijn gemeenschap,
zodat zij eenmaal zullen kunnen beamen
al wat met de doop is gegeven.

Wat is hierop jullie antwoord? … ja

Aan de gemeente:
U, gemeente vraag ik of u deze kinderen wilt opnemen als deelgenoot in de gemeente en hen in woord en daad wilt voorgaan op de weg, die ons door de Heer is gewezen, om hen te doen begrijpen wat het is om gedoopt te zijn
Wat is daar op uw antwoord? … Ja dat willen wij.

Ik zou het leuk vinden als je op de gedachten in deze preek of in andere preken wilt reageren. Op de vaste pagina’s Preken vind je overzichten van alle op dit weblog gepubliceerde preken, die je vervolgens elk afzonderlijk kunt aanklikken.

mei 31, 2015

De letter Beth

Filed under: Algemene blogposts,Preken — Jan Vaessen @ 12:00 pm

Thema: een huis om in te wonen

Bijbellezingen:
Exodus 3,1-6
Johannes 3,1-16

Preek
Een huis om in te wonen
De eerste letter in het eerste boek van de Bijbel, het boek Genesis, is de letter Beth. Het scheppingsverhaal begint met de Hebreeuwse uitdrukking bereshit en dat betekent ‘in den beginne’. De Hebreeuwse letters zien er heel anders uit dan onze letters en de vorm van de letter Beth is wel heel bijzonder. Het lijkt wel een huisje. Het Hebreeuwse woord beth betekent ook huis. Maar het huisje dat de tweede letter van het Hebreeuwse alfabet tekent is een bijzonder huisje. Het huisje heeft grond onder de voeten, biedt een dak boven het hoofd en bovendien een steuntje in de rug. Maar het belangrijkste van dit huisje is wat er niet is, namelijk een afsluitende muur. Nee dit huisje is open aan de voorkant, open naar de toekomst toe. Bereshit, in den beginne en dan gaat er heel veel gebeuren. Niet van te voren vastgelegd, maar ontstaan in een lange geschiedenis. Dat betekent ook het Griekse woord genesis: ontstaansgeschiedenis. In het Hebreeuws heet dit eerste boek van de Bijbel gewoon Bereshit, In den beginne.
Wat ik zo prachtig vind aan dit alles is, dat de eerste letter van de bijbel dan wel de beth is, maar dat is de tweede letter van het Hebreeuwse alfabet. Voor het begin was er wel wat, namelijk de aleph, de Allerhoogste God die de hemelen en de aarde heeft geschapen en alles op een ondoorgrondelijke manier in Zijn hand houdt en bewaart. Echt kennen zullen we deze God met ons beperkte menselijke inzicht wel nooit, maar we vangen wel flitsen van Hem op in de schepping, flitsen van Zijn huisje zoals Hij dat voor ons heeft gebouwd om met oervertrouwen en liefde met elkaar in te wonen. En dan wil Hij daar ook graag vertoeven en ons helpen om het leven goed te maken. Hij geeft de grond onder onze voeten, de oergrond die ons blijft dragen en voorbij de grenzen van tijd en menselijke werkelijkheid in geborgenheid liefdevol opneemt. Hij geeft een steuntje in de rug om met vertrouwen op weg te blijven, te ontwikkelen, te groeien, te ontstaan. En Hij geeft een dak boven het hoofd om te schuilen als het leven moeilijk is, als het stormt en regent, als je het echt niet meer ziet zitten. Het huis dat de Allerhoogste voor ons heeft gebouwd is een veilig huis. Je bent erin geborgen wat er ook maar gebeurt.
Zo verwijst de letter beth naar de aleph, van de werkelijkheid die wij kennen naar een veel grotere werkelijkheid daarachter, daaronder, daarvoor. Het is de sfeer waar de Allerhoogste vertoeft, de sfeer die onze menselijke werkelijkheid omvat, draagt en inkleurt. Een werkelijkheid die wij maar ten dele kennen, waarover we slechts stamelend en met horten en stoten iets kunnen roepen. En toch kunnen we ook daar met vertrouwen vertoeven omdat de liefde van God daar een tedere scepter zwaait, de scepter die van het aardse huisje een heilig huisje maakt. Respect Mozes, de grond waarop je staat is heilige grond, want de Allerhoogste is daar.

‘Heilige’ huisjes
Och wat zijn er een hoop heilige huisjes in en om ons heen. Hoeveel zijn er de laatste jaren niet ingestort en hoeveel proberen we niet koste wat kost overeind te houden. En hoe meer moeite we doen hoe sneller ze in elkaar zakken. Niets is meer heilig lijkt het wel. Alles moet bespreekbaar zijn en of we dan met klompen aan door de porseleinkast denderen zal ons een zorg zijn. Respect, begrip, echte aandacht en waardering waar zijn ze gebleven? De grote verhalen voldoen niet meer, geven geen houvast of vaste grond meer zeggen de postmoderne filosofen. Je zult toch echt zelf nog een beetje zin en betekenis in je leven moeten brengen anders ziet de toekomst er somber voor je uit. Wat over blijft is een aarde die woest en ledig is, tohoe va vohoe in het Hebreeuws, spreek het maar eens hardop uit en je voelt de gure wind over de kale onherbergzame vlakte razen. Als je nergens meer in gelooft, is geen huisje meer heilig, volledig overgeleverd aan de elementen zijn ze gedoemd om in te storten. Ik bedoel: al die huisjes helemaal alleen op zich zelf, volledig dichtgetimmerd, zichzelf afgesloten van elke voedingsbron, zonder leven, tja die storten op den duur vanzelf wel in. En ik heb het niet alleen over vereenzaamde mensen verbitterd door het harde lot, ik heb het ook over leeglopende kerken, over faillissementen, over netwerken die zich opsluiten in hun idealen en mensen keihard laten vallen als ze de idealen net even anders invullen, over politici die hun retoriek uithollen door hun woorden los te koppelen van hun daden, over staten die zichzelf legitimeren met de meest afschuwelijke gruweldaden, over … nou ja enzovoort en zo verder.
Weet je wat het verschil is tussen al deze helemaal niet heilige huisjes en het huisje waar de Bijbel mee begint? De beth van bereshit is open naar de toekomst toe, in dit huisje kan niemand zich opsluiten in zichzelf en tegen de ander. Hier mag iedereen vrij in en uitgaan, elkaar op handen en in liefde dragen, beschutting zoeken, de vreugde van de intimiteit ervaren en de blijdschap van de geborgenheid en de vriendschap met elkaar delen. In dat huisje wordt het gewone leven met respect, begrip, aandacht en waardering met elkaar gedeeld. In dat huisje, waar liefde woont, woont ook de Heer, geeft de Allerhoogste Zijn zegen. Dat huisje staat op heilige grond, want er wordt beseft dat alle grond wordt gedragen door de nog grotere werkelijkheid waarin de Eeuwige zijn tedere scepter zwaait. Dit huis is open voor alle levensenergie die er is en de mensen die er wonen worden erdoor gevoed. Hier geen plek voor schijnheiligheid die het huis doet instorten, hier groeit duurzame heiligheid. Als je het zo bekijkt is het maar goed dat al die ‘heilige’ of beter schijnheilige huisjes instorten. Want zo komt er ruimte voor het goede leven dat wortelt in de heel andere werkelijkheid van de tedere scepter.

Wedergeboorte
Kan een mens opnieuw geboren worden vraagt Nicodemus aan Jezus? Kan een volwassen man voor de tweede keer in de moederschoot binnengaan en opnieuw geboren worden. Nee zegt Jezus, daar gaat het natuurlijk niet om. Er is onder de geschapen werkelijkheid die wij met ons menselijk inzicht zien en begrijpen nog een andere werkelijkheid, de sfeer waar de Allerhoogste zijn tedere scepter zwaait, waar de liefde woont, die alles met alles verbindt en ook onze menselijke werkelijkheid goed en zelfs heilig maakt. Het gaat dus om een opnieuw geboren worden in die sfeer van liefde en licht die bij God wonen, die sfeer die van God komt en die ook met behulp van Zijn Heilige Geest in onze mensenharten wil komen wonen. Je moet dus geboren worden uit water en geest, want als die twee elementen met elkaar verbonden worden, dan ben je thuis in de menselijke en de Goddelijke werkelijkheid. Dan wordt het leven pas echt goed en gaan we met Mozes beseffen dat alle grond heilige grond is, omdat de Heer daar is. Er in, er onder, er voor. Als de aleph voor de beth, als draagkracht, als levensenergie en als duurzaam, dat wil zeggen: eeuwig toekomstperspectief.
Wat zou het toch fijn zijn – en ik denk zelfs dat dat nu meer dan ooit nodig en ook onze opdracht is – wat zou het fijn zijn als we de schijnheiligheid van al die ingestorte heilige huisjes gingen inzien en we voorbij de schone schijn zicht krijgen op datgene wat liefde bouwt. Dat is namelijk wel duurzaam en blijft gewoon bestaan. Van generatie op generatie, in de materiële en in de geestelijke wereld, met een bestaansrecht waarvan de diepte en reikwijdte ons volledig ontgaat, maar ons voor en voorbij de grenzen van tijd en menselijke werkelijkheid wel blijft omarmen. Ofwel kijk eens verder dan je neus lang is, en ervaar die andere werkelijkheid van Goddelijk licht en liefde eens op een concrete en totaal nieuwe manier in je eigen leven. Dan gaan ook jij en ik in ons eigen heilige huis met de tedere scepter van de liefde zwaaien en wordt het leven pas echt goed. Dan kan zelfs een totaal nieuwe werkelijkheid zich gaan ontwikkelen. En misschien is dat wel het Koninkrijk van God.

Voorbeden
Lieve God,
Dank U wel, dat U ons laat zien dat U de aleph bent, ons bewust maakt van het feit dat U er bent ver voor het begin van de schepping en van de tijd en ver na het einde der tijden en dat U toch onze God bent. God van beperkte onvolmaakte mensen voor wie er altijd vergeving is en een nieuw begin. Dank U wel Heer voor al het werk in de gemeente dat we hebben mogen doen het afgelopen seizoen in Uw Naam en dat U alles zegent dat we doen tot eer van U en tot opbouw van geloofsgemeenschap. Dank ook voor de periode van relatieve rust en ontspanning die voor ons ligt. Zegen een ieder van ons en ook de kinderen van de zondagsschool in de vakantie met Uw warme nabijheid.
Heer en soms is ook het leven echt moeilijk, zwaar en verwarrend. Er gebeurt een hoop op het moment dat mensen verdrietig maakt. Help ons dan om ons eigen verdriet met liefde te omarmen en doe ons juist dan de immense kracht van de liefdevolle verbinding ervaren. Wees zo met ons nu wij stil worden voor U en vul onze stilte met Uw warme liefdevolle nabijheid.
Stil gebed
Onze Vader

Ik zou het leuk vinden als je op de gedachten in deze preek of in andere preken wilt reageren. Op de vaste pagina’s Preken vind je overzichten van alle op dit weblog gepubliceerde preken, die je vervolgens elk afzonderlijk kunt aanklikken.

mei 17, 2015

Hartritmes

Filed under: Algemene blogposts,Preken — Jan Vaessen @ 12:50 pm

Thema: over liturgische kleuren en hartcoherentie

Bijbellezingen:
Exodus 19,1-11
Johannes 17,14-26

Preek
Het Pinksterfeest, de beweging naar buiten
Is het jullie opgevallen dat de kleur van het kleed hier op deze tafel al een tijdje wit is? Het kerkelijk jaar kent net zoals het gewone kalenderjaar verschillende periodes met daarin verschillende hoogtepunten en die hebben allemaal hun eigen liturgische kleur. En die kleuren geven we met behulp van het kleed hier op de avondsmaalstafel – ook wel antependium of voorhangsel genoemd – steeds weer aan. In de adventstijd en de lijdenstijd is de kleur paars, de kleur van de bezinning. Kerst en Pasen hebben wit, de kleur van het feestelijke Goddelijke licht. Goede vrijdag heeft zwart, de kleur van de dood en Pinksteren rood, de kleur van de hartstocht, geestdrift en enthousiasme. Tussendoor ligt dan altijd groen op tafel, de kleur van het hart en van de natuurlijke verbinding. Maar zou dan niet tussen Pasen en Pinksteren groen op tafel moeten liggen, waarom ligt het witte kleed hier al sinds Pasen? Ook daar is over nagedacht. De hoge kerkelijke feestdagen hebben wit, maar het feestelijke gevoel is niet zomaar weg, het suddert altijd nog een tijdje na. Zo ligt het witte kleed van Kerst tot Driekoningen op de tafel en na Pasen nog langer, namelijk zeven weken lang. De hele periode van Pasen tot Pinksteren staat in het teken van het feestelijke Goddelijke licht en daar past dus het witte kleed bij. En na het rood van Pinksteren is het weer een vijftal maanden groen tot de volgende adventstijd, waarin de kleur weer paars wordt, enzovoort en zo verder.
Ik vind dit een prachtige structuur, waarin alles met alles is verbonden. Bezinning en verzoening, dood en rouw, feest en enthousiasme, Goddelijk licht en kosmische verbondenheid. Alles heeft in dat kleurenschema een plek en wordt in de tussenliggende periodes met elkaar verbonden door de kleur van het hart, de liefde, de intieme gemeenschap. Ik maak mijn preken altijd aan het bureau in mijn studeerkamer dat voor het raam staat en zo een mooi uitzicht geeft naar buiten. Op dit moment is dat natuurlijk uitbundig en rijk geschakeerd groen. In ander seizoenen is dat anders, soms zelfs doods en kaal. Toch is het hele kerkelijke jaar door de verbindende kleur groen. Zelfs in de dood is er leven, denk ik dan. En altijd is alles met alles verbonden. Ook Pinksteren heeft een plek.
Laatst vroeg iemand mij kun je ons nog eens uitleggen wat Pinksteren precies is. Ik zei Pinksteren is het feest van geestdrift en enthousiasme. De kleur is rood dat zegt al heel veel. Maar het is natuurlijk veel meer dan een beetje geestdrift en enthousiasme. Het rode kleed ligt maar één dag per jaar op de tafel. En de geestdrift die ermee wordt uitgedrukt is de directe vrucht van zeven weken wit, zeven weken van bewuste verbondenheid met het feestelijke Goddelijk licht, dat op de Pinksterdag naar buiten treedt. Maar voor Pasen hadden we zeven weken paars, bezinning, en ook daarmee is Pinksteren verbonden. Eigenlijk is Pinksteren verbonden met het uitbundig kleuren pallet en alles wat daarbij hoort van het hele kerkelijke jaar. En misschien is Pinksteren nog wel het belangrijkste kerkelijke feest van het jaar, want dan komt alles naar buiten en gaan we delen met iedereen die het maar horen wil, dat in de hartsverbinding met de Allerhoogste, de ander en jezelf het leven voor en voorbij de grenzen van de tijd goed is.

De intimiteit, de weg naar binnen
Wie kan God zien en dat overleven? Een belangrijke vraag die steeds terugkeert in het aloude testament. Het volk Israël en Mozes kregen daar ook al mee te maken. Gods verschijning in het ondermaanse gaat altijd gepaard met geweldige natuurverschijnselen als vuur, donderwolken, storm en bliksem en daar valt het maar moeilijk voor gewone stervelingen bij uit te houden. Maar er is altijd een kanaal, een tolk om de boodschap van de Allerhoogste door te geven. Mozes was dat in de woestijn voor het volk Israël, Petrus in het verhaal over de uitstorting van de Heilige Geest, dat ook gepaard ging met vuur, geweldige wind en dergelijke. Misschien ligt daarom het rode kleed ook maar één dag per jaar op tafel. Maar wat hier wel gebeurt is dat de diepe verbondenheid met de Allerhoogste God van de hemelen en de aarde niet meer wordt verborgen maar in alle uitbundigheid naar buiten komt en ook wat gaat doen in mensenlevens. Het goede leven breekt door alle ellende, zelfzucht en andere tegenkrachten heen en vervult mensen met blijdschap, geestdrift en enthousiasme.
Jezus vervult de rol van tolk in de intimiteit van het zogenaamde hogepriestelijk gebed. Hier niet zozeer de spectaculaire beweging van binnen naar buiten, maar juist omgekeerd. Door te bidden voor zijn leerlingen en alle mensen die nog in hem gaan geloven, neemt hij ons allemaal mee naar binnen, in de intimiteit van liefdevolle verbinding die hij ervaart met de Vader en de Geest. Zo vertrouwt hij ons toe aan de geborgenheid van die eenheid, een geborgenheid die altijd zal blijven bestaan wat er ook gebeurt. Nou, en als je je daar bewust van wordt dan kun je heel veel aan. De tegenkrachten zullen nog wel een tijdje te keer gaan, maar in plaats van dat ze je omver gooien en er onder door laten gaan, helpen ze je om je bewust te worden van diepe wonden die nog geheeld moeten worden. Zo ga je met de liefde van de Drie-enig God je eigen donkere kanten met liefde omarmen en worden je wonden geheeld. Zo komt er steeds meer ruimte komt voor de ander, voor de liefdevolle verbinding, voor het goede leven. En als jij in deze positieve zin verandert, dan ga je een andere energie uitstralen, waar ook weer andere mensen door worden aangetrokken. En zo wordt ons geloof – verankerd en geborgen in de stevige grond van het ons aangereikte oervertrouwen – een sneeuwbal, een olievlek. Zo wordt het leven een zaak van vreugdevolle verantwoordelijkheid, dat je met steeds meer fijne mensen gaat delen. Dat beoogt Jezus volgens mij met zijn weg naar binnen, de weg naar de intimiteit van de Drie-enig God en van de geloofsgemeenschap.

De geloofsgemeenschap
Als je het hele kleurenpallet van het kerkelijke jaar eens echt tot je door laat dringen, dan komt er een natuurlijke evenwichtigheid naar boven. Althans zo vergaat het mij. Ik bedoel alles wat leeft ademt, en de adem gaat in en uit. Alles mag er zijn in een jaar. De inkeer, de bezinning, het zelfonderzoek, het helen van diepe wonden, het feest, de passie en het enthousiasme en dat alles in een intieme verbonden met God de Vader, Zoon en Heilige Geest. Die kosmische verbondenheid met het Goddelijke Licht is niet vanzelfsprekend en heeft in elke leeftijdsfase ook weer een ander gezicht. Maar de verbinding is blijvend en elke keer is er dan weer de weg naar binnen naar de intimiteit, de inkeer en de heling. En daarop volgt dan weer de weg naar buiten naar de bevrijding, het feest, de blijde verantwoordelijkheid en het gezamenlijk doorleefde enthousiasme. En dan weer de weg naar binnen en vervolgens de weg naar buiten. Kortom, een leven lang durend voortschrijdend inzicht in een natuurlijk ritme, in het groene ritme van hart en adem.
Dat vertaalt zich weer in een evenwichtig gemeenteleven van de geloofsgemeenschap. Standvastig van binnen, altijd is er weer dat oervertrouwen dat we bij alle problemen terecht kunnen bij de Eeuwige, dat er een Heer is die voor ons bidt en een Geest die ons bij de les en vitaal houdt. In ons persoonlijke en ook in ons gemeenschappelijke leven. Naar buiten toe werkt de geloofsgemeenschap dan hartverwarmend, want zo iets hou je niet voor jezelf. Dat innerlijke vuur straalt naar buiten toe uit en werkt aanstekelijk. Vandaag is de kleur nog wit, volgende week is zij rood. Laat het er maar uit knallen zou ik zeggen. En keer vervolgens terug naar de innerlijke rust en vrede van je warme hart dat de hele wereld insluit en rustig door klopt in haar harmonieus pulserende ritme. Dat ritme, waarmee de Schepper het leven in stand houdt en bewaart en dat in de kerk wordt uitgedrukt met de liturgische kleur groen.
Geloven is fijn, geloven doet wat, geloven verandert de wereld en schept een totaal nieuwe werkelijkheid. Zie ik maak alle dingen nieuw zegt de Heer ergens. Dat is ook zo, en het begint in het hier en nu, in jou en mij. Werk er aan en geniet dan van de liefdevolle verbinding met jezelf, de ander en de Drie-enig God. Zo veel je kunt.

Voorbeden
Lieve God,
Wij danken U voor het Goddelijke witte licht in en om ons heen, dat zich in onze menselijke werkelijkheid vertaalt in alle kleuren van de regenboog. Dank U wel Heer dat we mogen weten dat U ons hebt geplaatst in de tijd en daarmee in een structuur die niet in zichzelf zit opgesloten maar die juist open is naar de ander en naar U toe. Zo houden we zicht op een mooie toekomst en een betere wereld, is het niet dit jaar dan wel het volgende of nog verder in de tijd. En zegen alles wat wij doen in Uw naam om die betere wereld te bouwen in het hier en nu, heel persoonlijk, maar ook als Uw gemeente hier in Gasselte.
Wees met een ieder van ons voor wie het leven moeilijk is. Daar willen we het graag met U over hebben in de stilte van ons hart. Wees met ons in de stilte en luister naar wat wij willen delen met U. Blijdschap of verdriet, pijn of eenzaamheid, geestdrift of diepe vrede, we leggen het allemaal voor U neer. We vertrouwen op Uw warme glimlach in ons hart en Uw liefdevolle wil voor ons leven. Spreek tot ons Heer in de stilte, wij willen graag luisteren naar Uw stem.
Stil gebed
Onze Vader

Ik zou het leuk vinden als je op de gedachten in deze preek of in andere preken wilt reageren. Op de vaste pagina’s Preken vind je overzichten van alle op dit weblog gepubliceerde preken, die je vervolgens elk afzonderlijk kunt aanklikken.

Volgende pagina »

Maak een gratis website of blog op WordPress.com.